7. mei, 2015

Naar de markt

Maakt niet uit waar we ergens zitten in Frankrijk: als er in de buurt een markt is, gaan we daar naar toe. Mijn schoonmoeder was altijd helemaal gek op die “leuke Franse marktjes overal” en omdat de appel bij dit soort zaken niet ver van de boom valt, heeft Annelies dat overgenomen. Zo ben ik ook besmet geraakt met het Franse-markt-virus en dat geldt ook voor 50% van ons kroost (wat betekent dat er altijd één zoon op de camping blijft dan wel na een poosje slenteren ergens op een muur lijdelijk gaat zitten wachten tot iedereen alles gezien heeft).

Wat is er nou zo aardig aan zo’n markt? Ten eerste is niet iedere markt leuk. De omgeving telt ook! De kramen moeten wel in een pittoresk oud stadje staan. De fotograaf wil tenslotte ook wat. De markt moet op zijn minst een aardige streekmarkt zijn, anders ben je er in een half uurtje doorheen. En, heel belangrijk: er moet een plek zijn waar je mensen kunt kijken. Want dat is natuurlijk één van de grote charmes van zo’n markt in een Frans stadje.
Op de markt van St. Jean-du-Gard, in de Cevennes, hebben we daarvoor de ideale plek gevonden.

We vertrekken niet te laat, want na tienen kun in St. Jean bijna nergens meer je auto parkeren (in elk geval niet in de schaduw en zeker niet op korte afstand van de markt). Na de eerste honderd, honderdvijftig meter vol kramen verschijnt aan onze linkerhand de Place du Marché, een plein met platanen. Aan de zonzijde (uiteraard onder een groot aantal zonneschermen en parasols) bevindt zich naast elkaar een aantal terrassen. Ongeveer in het midden moeten we zijn, bij het Café de l'Universe, daar is het uitzicht het beste. Als je dan ongeveer halverwege het café en de rand van het terras gaat zitten, zie je het allemaal langskomen. De oude vrouwtjes met hun tas vol groenten. De mannen, die al lekker aan een glaasje wijn zitten (wij hebben natuurlijk braaf koffie besteld). Er wordt gezoend, kreten worden geslaakt, er wordt gelachen. Tafeltjes worden bezet, stoelen bijgeschoven. Twee vrouwtjes met een hoofddoek bestellen koffie en frisdrank. Een oud dametje, breekbaar maar o, zo keurig gekleed, gekapt en opgemaakt, waagt zich aan een likeurtje. Er wordt geroepen, gezwaaid en gewenkt naar vrienden, kennissen en familie. Een tafeltje komt leeg en wordt meteen bijgeschoven. Nog een paar stoelen erbij en de serveerster wordt weer geroepen. En ook die moet, voor ze de bestelling opneemt, even zoenen en gezoend worden.

Het is altijd weer een feest – het is jammer dat onze koffie intussen op is en we af moeten rekenen. Maar we willen de rest van de markt ook nog zien – want ook dat is een feest. Een feest van kleuren en geuren. Rekken vol sjaals en fleurige kleding, sieraden, handgemaakte sandalen. Maar vooral het eten! Fruit in felrood, geel en oranje: perziken, abrikozen, meloenen, kersen. Kaas, overal de mooiste en heerlijkste kazen. Alle mogelijke worsten, tot ezelworst aan toe. Quiches, pizza’s, gebak in alle soorten, maten en smaken. We kunnen er niet genoeg van krijgen (ik heb de helft ook nog niet opgenoemd) maar op een gegeven moment lopen we met volle tassen te sjouwen en hebben we alles gezien. Op de terugweg naar de auto kopen we toch nog even dat ene T-shirt-met-opdruk en halen we bij de boulangerie een flûte voor de lunch – en dan zijn we bij de auto. We laden in, rijden met open ramen de weg op en volgen de rivier stroomafwaarts.

Als de ochtend om is, zitten we heerlijk met onze voeten omhoog in de schaduw bij de tent. De dag kan niet meer stuk.