28. jun, 2017

Een behulpzame Fransman

Je hoort het vaak: “Frankrijk is een leuk land, maar er moesten geen Fransen wonen”. De inwoners van de Franse republiek zijn onvriendelijk, nors en chagrijnig, als je de verhalen hoort. Ik denk dan altijd meteen aan de dame die de camping aan de Loire beheerde, en die met tegenzin en hardop mopperend haar werkzaamheden in de tuin in de steek liet toen ik onze koelelementen wilde laten invriezen. Inderdaad, zo hebben wij tijdens onze vakanties in Frankrijk de nodige onvriendelijke, norse en chagrijnige Fransen meegemaakt. Zoals je trouwens ook onvriendelijke, norse en chagrijnige Spanjaarden, Italianen en Grieken hebt. Of, bijvoorbeeld, Nederlanders.

Waar komt de slechte reputatie van de Fransman vandaan? “Ze doen net alsof ze je niet begrijpen, als je ze wat vraagt, en reageren dan heel ongeduldig”, is een antwoord dat je regelmatig krijgt. Nou denk ik, eerlijk gezegd, dat ze in veel gevallen inderdaad geen idee hebben wat die buitenlander bedoelt met zijn gebrabbel. Het Frans van de gemiddelde Nederlander is op zijn zachtst gezegd slecht, en zijn formuleringen (vaak letterlijk vertaald) klinken in Franse oren onbeleefd. “Je veux…” betekent zoiets als “Ik eis….”. Begin je zin met “Je voudrai bien…” en het wordt al een stuk beter ontvangen. En het ongeduldig worden? Een paar weken geleden stond ik nog in een Franse supermarkt, toen een Nederlands echtpaar een personeelslid aansprak in een mengeling van Nederlands, Engels en Duits. Er was letterlijk geen woord Frans bij. En de Fransman? Hij hoorde het echtpaar aan, deed echt zijn best om ze te begrijpen, deed suggesties, wees verschillende zaken aan en wist ze uiteindelijk te helpen aan datgene wat ze zochten. Hoezo ongeduldig?

En als ik zo eens nadenk, kan ik eigenlijk weinig voorbeelden van onvriendelijke en chagrijnige Fransen opnoemen. Ja, in Parijs misschien, maar dat geldt voor elke grote stad in elk land. En ja, ze kunnen ongeduldig zijn, en soms heetgebakerd. Maar ja, dat kan ik zelf ook zijn. En voor de rest schieten mij eigenlijk alleen maar positieve voorbeelden te binnen. Schiet mijn Frans tekort? Negen van de tien Fransen willen tegenwoordig dolgraag laten zien hoe goed hun Engels is. Ik moet mezelf er soms toe dwingen om Frans te blijven spreken (want ik wil het zo graag oefenen!). De campingbeheerder in de buurt van Parijs, die ons uitgebreid uitlegde hoe we het beste naar de hoofdstad konden rijden, waar we het beste konden parkeren en waar we dan moesten overstappen op het openbaar vervoer. De marktkooplui die uitgebreid en met veel geduld uitleggen wat iets is, hoe het is gemaakt en hoe je het eet. De uiterst behulpzame dame in de Pharmacie in Anduze, die ons in meerdere gevallen zo goed geholpen heeft. En nog veel meer. Maar een topper was toch wel die aardige, oudere heer in Perpignan.

De vroegere Catalaanse hoofdstad Perpignan is een bezienswaardige en zeer oude stad. Dat laatste merk je in het centrum, dat bestaat uit een wirwar van straatjes, pleintjes en steegjes en waar geen recht stuk weg te bekennen is. Wij hadden de kathedraal bezocht, koffie gedronken en wilden toen nog naar het paleis van de koningen van Majorca (waarover binnenkort meer in een ander verhaal). Hier en daar stond een bordje dat de richting aangaf, maar we liepen regelmatig vast. Terwijl we op onze plattegrond stonden te turen, sprak een oudere Fransman ons aan. Wat we zochten? “Le Palais” zei ik. Hij beduidde ons hem te volgen en dat deden we, door de kronkelende straatjes steeds verder omhoog, terwijl hij ons af en toe op iets wees en er iets over vertelde. Al gauw zagen we welke kant we op moesten, maar onze gids liet ons niet in de steek voordat hij ons pal voor de hoofdingang had afgeleverd. We bedankten hem en schudden hem de hand. Hij wenste ons een goede dag,  wees nog even twee routes aan om terug naar de benedenstad te komen en liep verder.
Niet nors, niet chagrijnig. Vriendelijk en behulpzaam. We moesten het paleis nog bekijken, maar voor ons kon het al niet meer stuk.