24. jan, 2019

Waterstadjes in de Provence

Eén van de charmante eigenaardigheden van Frankrijk is dat, naarmate het stadje kleiner is, de plaatsnaam langer lijkt te zijn. De grote steden in Frankrijk hebben simpele namen, zoals Parijs of Lyon. Hoe dieper je het land in gaat, hoe breder de plaatsnaamborden. Heiligen (officieel of niet) of geografische plaatsaanduidingen (zoals rivieren of gebergten), vaak in combinatie (St. Martin-de-Valgalgues, St. Valéry-sur-Somme), zijn altijd een populaire inspiratie geweest voor de naamgeving van iedere samenklontering van twee of meer huizen. Voeg daar nog bij de nodige (of onnodige) verbindingsstreepjes en accenten (^, ‘ etc.) en het wordt ook nog verrekt lastig om ze zonder spelfouten op je smartphone in te tikken als je er naar toe wilt.

Over twee van die stadjes wil ik het nu hebben: L’Isle-sur-la-Sorgue en Fontaine-de-Vaucluse. Weliswaar zonder accenten, maar om ze in één keer op mijn toetsenbord in te tikken moet ik toch mijn tempo vertragen. Maar oké, over plaatsnamen wil ik het nu niet hebben. Het gaat me om de plaatsen zelf.

Het was een vakantie waarin ook de nodige regen was gevallen: volgens de eigenaar van onze camping in Mallemort was in zíjn hele leven de Provence in juni nog nooit zo groen geweest. Maar de bewuste dag was het warm en zonnig, en we hadden zin in een uitstapje. We hadden goede dingen gehoord over het “antiekstadje” L’Isle-sur-la-Sorgue, dus reden we na ons ontbijt in noordelijke richting, naar de Vaucluse. En ondanks het mooie weer zouden we wel met water te maken krijgen.

L’Isle-sur-la-Sorgue bleek een gezellig oud stadje te zijn. Zoals de naam al zegt, ligt het op een eilandje in de rivier de Sorgue. Langs de oevers van de rivier wemelt het van de café’s en restaurants, dus voor een kop koffie hadden we al snel een terras aan het water gevonden. Het water speelt een belangrijke rol in het stadje en is dan ook overal te horen. Dat komt in belangrijke mate door het grote aantal historische watermolens dat in de Sorgue gebouwd is, en die het stadje nog eens extra fotogeniek maken. Verder is het bekend door zijn vele winkels vol antiek en curiosa, en de markten die dezelfde koopwaar aanbieden. Met de ruisende rivier op de achtergrond hebben we dus tal van oude, minder oude, leuke, grappige, rare, mooie en natuurlijk ook lelijke dingen gezien – en bij Côté Parc (www.coteparc.com), een enorme winkel waar het binnen èn buiten vol staat met antiek, ook nog wat leuke cadeaus voor onszelf en het thuisfront gekocht.

L’Isle-sur-la-Sorgue heeft trouwens ook musea, veel leuke kunstgaleries en oude kerken, zoals de Notre-Dame des Anges, met zijn prachtige waterspuwers. Een bijzondere kerk zagen we ook in het dorp Fontaine-de-Vaucluse, de volgende stop op onze route. Dat is de kleine, maar indrukwekkend oude (11e eeuw) Romaanse Notre-Dame-et-Saint-Veran.
Het “Fontaine” uit de plaatsnaam slaat op de nabijgelegen bronnen van de Sorgue. De rivier komt daar, na ergens diep ondergronds ontstaan te zijn, op spectaculaire wijze tevoorschijn uit de rotsen. Althans, dat zeggen de boekjes. We zijn het niet meer gaan controleren want na alle antiekmarkten, kerken en een bezoek aan de historische papiermolen van Fontaine-de-Vaucluse (met oorverdovend lawaai van het water) hadden we het wel een beetje gehad, en zijn we lekker gaan eten. In een boven de rivier hangend restaurant, met uitzicht over een blauwgroen watervlak, dat wel. En ook hier konden we dat water goed horen, dankzij een aantal watervalletjes en waterraderen.

Naar de parkeerplaats was het een eindje lopen. We hadden echt een prima dag gehad, maar die stilte bij onze auto, zonder het minste geluid van water: heerlijk.