Geschiedenis is leuk!

15. feb, 2018

In Roermond ligt een merkwaardig graf. Het is een dubbelgraf, de laatste rustplaats van een echtpaar. Het bijzondere van het graf is dat deze man en vrouw aan weerszijden van een muur begraven zijn.

De protestantse kolonel van Gorkum, afkomstig uit Amsterdam, trouwde in 1842 met de katholieke jonkvrouw Josephina van Aefferden uit Roermond. Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen, zeiden ze in die tijd (en ook nog veel later). Het huwelijk tussen de twee viel dus niet bij iedereen in de smaak, waarbij ook het standsverschil nog een rol speelde. Maar de liefde was sterker dan de kwaadsprekerij, en dat is ook na hun dood nog te zien. De kolonel werd na zijn overlijden op het protestantse deel van de begraafplaats begraven, dat door een muur is gescheiden van het katholieke deel. Zijn weduwe wilde bij haar man begraven worden, maar kon als katholiek niet in ongewijde grond ter ruste worden gelegd. De oplossing: het  dubbelgraf, de grafstenen verbonden door een mannen- en vrouwenhand die over de muur in elkaar grijpen. Kan het romantischer?

Niet alle gemengde huwelijken werden gesloten op basis van liefde. Na de Belgische opstand van 1830 was België dringend op zoek naar een koning en de keus viel op de protestantse Leopold van Saksen-Coburg. Leopold aanvaardde het aanbod met (onder meer) de toezegging dat hij een katholieke prinses zou trouwen en zijn kinderen een katholieke opvoeding geven. In 1832 trouwt hij dan ook met Louise-Marie van Orléans, de dochter van Louis Philippe, koning der Fransen. Het is een puur politiek huwelijk: Leopold houdt eigenlijk nog steeds van zijn overleden eerste vrouw, prinses Charlotte van Wales, en de 20-jarige bruid stemt met veel tegenzin toe in het huwelijk met de meer dan twee keer zo oude koning, die er verschillende minnaressen op na hield.

Koningin Louise-Marie stierf in 1850, Leopold I in 1865. Hoewel het zijn wens was om in Engeland aan de zijde van zijn eerste vrouw bijgezet te worden, vond de regering dat de stichter van de dynastie zijn laatste rustplaats in België moest hebben. Zo werden Leopold en Louise-Marie de eersten van een reeks vorsten die bijgezet werden in de koninklijke crypte van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Laken.

De kerk is gebouwd na de dood van Louise-Marie, als gevolg van haar wens om in Laken begraven te worden. Pas in 1872 was de bouw zover gevorderd dat de resten van de eerste Belgische koning en koningin naar de voltooide crypte konden worden overgebracht. Maar omdat Leopold protestant was geweest, wilde de katholieke geestelijkheid niet dat zijn kist door de kerk werd gedragen. Daarom werd besloten in de achtermuur van de crypte een extra ingang te maken, speciaal voor de bijzetting van Leopold. Het protestantse geloof van de koning was ook de reden waarom de crypte achter in de kerk werd gebouwd, en niet onder het hoofdaltaar, zoals de gewoonte is. De kerkelijke overheid wilde niet dat een niet-katholiek onder een altaar zou rusten. De crypte ligt nu onder een koepel achter het koor. In het midden van de crypte staat het grote, witte grafmonument van Leopold I en Louise Marie.

Mooier (want ja, toch ook romantischer en lijkend op het “graf met de handjes”) vind ik zelf het grafmonument in het Franse Dreux van Ferdinand-Philippe van Orléans en Hélène van Mecklenburg-Schwerin. Ferdinand-Philippe was de oudste zoon van Louis-Philippe (dus de broer van Louise-Marie) en was (uiteraard) katholiek. Zijn huwelijk met de protestantse Hélène stuitte meteen al op verzet van de aartsbisschop van Parijs, die niet wilde dat de twee in de Notre Dame zouden trouwen. Het werd dus de kapel van het paleis in Fontainebleau. Hoewel ook dit huwelijk om politieke redenen gearrangeerd was, werd het wel een heel gelukkig huwelijk. Het was ook een kort huwelijk: de prins verongelukte en stierf op nog jongere leeftijd dan zijn zus: hij was pas 31.

In 1848 volgde Hélène met hun twee zonen haar schoonfamilie in ballingschap naar Engeland. Daar stierf ze in 1858, 16 jaar na haar echtgenoot, aan de griep. Vanwege haar protestantse geloof mocht Hélène niet worden begraven in de katholieke Chapelle Royale in Dreux. In plaats daarvan bouwde de familie een ruimte met een aparte ingang aan de kapel en werd een raam geopend tussen haar tombe en die van haar man. De beeltenis van de protestantse prinses rust bovenop haar tombe, en haar arm reikt door de opening naar het graf van haar geliefde katholieke prins. Een mooi en ontroerend detail, net als in Roermond. Verbonden in eeuwige liefde.
En die duivel? Geen spoor van te vinden. Of het moet zijn in de hypocrisie van de kerkelijke overheden en de roddelende vrome zielen.

7. feb, 2018

In mijn blog “Geschiedenis: een parallelle wereld”, dacht ik hardop na over reizen in de tijd en bezoeken aan parallelle werelden. “Met eigen ogen zien hoe een gotische kathedraal wordt gebouwd”, dat waren mijn woorden. Toen ik de tekst later nog eens doorlas, realiseerde ik me dat ik dan misschien de bouw van een kathedraal niet had kunnen aanschouwen, maar dat ik wel de bouw van een middeleeuws kasteel had gezien. En dat leek wel heel erg op een reis terug in de tijd.

In 2007 kampeerden we met ons gezin in St. Fargeau, in de buurt van de Morvan. We hadden er al eens eerder gestaan (je kunt er heerlijk zwemmen in het stuwmeer!) en het plaatselijke kasteel (zeer de moeite waard!) hadden we al gezien. Op zoek naar een uitje dat aantrekkelijk was voor zowel ons als de jongens (toen 11 en 9) stuitten we ineens op Guédelon. Daar zou de bouw van een echt middeleeuws kasteel bezig zijn, op de manier zoals ze dat in de middeleeuwen deden. Dat klonk interessant! En het was nog veel leuker en interessanter dan we dachten.

Het idee om een burcht te bouwen ontstond in 1995 tijdens een studie van het kasteel in Saint Fargeau. Hierdoor geïnspireerd verzamelde zich een groep mensen die een nieuwe burcht wilden gaan bouwen, met als voorbeeld naburige burchten uit het begin van de 13e eeuw. Het kasteel zou zo waarheidsgetrouw mogelijk gebouwd moeten worden, niet met hijskranen en beton, maar volgens de technieken en met de materialen en gereedschappen uit die tijd. Plannen werden gemaakt, een tijdslijn uitgezet en in 1997 startte de bouw.

Het bijzondere van de locatie is, dat hij niet alleen het kasteel in aanbouw omvat. Om het zo waarheidsgetrouw mogelijk te maken is er ook een nederzetting gebouwd, waar de steenhouwers, timmerlieden, smeden en andere ambachtslieden werken en wonen. Er is een werkplaats voor de steenhouwers, een timmerwerkplaats en een smidse, maar ook stallen voor werkpaarden en ander vee, een kippenhok en moestuinen. Want al die werkers moesten ook eten. Hele gezinnen werden op die manier ondergebracht in dit dorp. Ze lopen er rond, in middeleeuwse kledij. En al die werkplaatsen en andere ruimten kun je als bezoeker van Guédelon dus bekijken en bezoeken – en dan kun je ook het kasteel in aanbouw nog bezichtigen, inclusief de plekken waar men druk aan het werk is. Een middeleeuws openluchtmuseum. We vonden het alle vier ongelooflijk leuk en geweldig interessant!

Het is al weer meer dan 10 jaar geleden dat we de bouwplaats hebben bezocht. Op de zeer informatieve en ook in het Nederlands te lezen website, www.guedelon.fr, hebben we inmiddels gezien dat het werk al enorm gevorderd is. Rond 2025 moet het volgens de planning gereed zijn. De komende paar jaar is er dus nog veel te zien!

Een bezoekje aan het verleden is dus toch mogelijk. Alles in Guédelon werkt mee om de ervaring zo levensecht mogelijk te maken. Een aanrader voor kinderen en ouders, en voor iedereen die graag droomt over hoe het er in een ver verleden aan toeging.

10. aug, 2017

In mijn vakantieblog “Een behulpzame Fransman” beschreef ik onze speurtocht naar het “Paleis van de koningen van Majorca” in Perpignan. Dat bracht mij ertoe om eens wat te gaan grasduinen in de geschiedenis van Perpignan èn van dat koninkrijk Majorca.

Perpignan ligt in het Franse gedeelte van Catalonië en ontstond rond het begin van de 10e eeuw. De stad werd al snel de hoofdstad van het graafschap Roussillon. In de 12e eeuw kwam het gebied van het graafschap aan de graaf van Barcelona, en in de 13e eeuw zag de koning van Frankrijk formeel af van zijn aanspraken op Roussillon. Op dat moment was er al sprake van het koninkrijk Majorca.

Wij kennen Majorca (Mallorca) hoofdzakelijk als Spaans vakantieoord in de Middellandse Zee, in de zomermaanden (en daar buiten) voor een groot deel bevolkt door onze oosterburen. Toch had ik al eerder gezien dat het kennelijk ooit een zelfstandig koninkrijk was: in Collioure zagen wij het “Chateau Royal”, dat ook toegeschreven wordt aan de koningen van Majorca.

In 1229 werd het koninkrijk Majorca gesticht door Jaume I. Het koninkrijk bestond onder meer uit de Balearen (Majorca, Menorca, Ibiza en Formentera) en Roussillon, en reikte in het noorden tot Montpellier. Jaume maakte van Perpignan de hoofdstad van het grondgebied op het vasteland.  Deze periode wordt beschouwd als de Gouden Eeuw van Perpignan. De stad bloeide als centrum van lakenindustrie, leerbewerking en goudsmederij. Het paleis in het midden van de stad stamt ook uit die tijd. Jaume II begon met de bouw ervan  op de heuvel Puig del Rey.

In 1344, veertig jaar na de oplevering van het paleis, kwam er na 115 jaar een einde aan het koninkrijk Majorca.  Jaume III werd afgezet door Pedro IV van Aragon. Perpignan werd opnieuw een deel van het graafschap Barcelona, later bekend als het Vorstendom Catalonië.

De daaropvolgende periode werd gekenmerkt door getouwtrek door Frankrijk en Spanje (als rechtsopvolger van Aragon) die elkaar het gebied en de welvarende stad Perpignan betwistten. Dat ging uiteraard met het nodige geweld gepaard: de stad is er niet ongeschonden vanaf gekomen.
Perpignan bleef echter deel uitmaken van Aragon (later Spanje) en dat duurde een hele tijd.
In de 17e eeuw echter liet de Franse koning Lodewijk XIV, in zijn streven naar veilige en “natuurlijke” grenzen (waar onze voorouders in de Nederlanden later ook nog veel last van hebben gehad), zijn oog vallen op de Roussillon. In 1659, na de Frans-Spaanse Oorlog, die eindigde met het Verdrag van de Pyreneeën, werd Perpignan Frans grondgebied.

De nieuwe koning, Lodewijk de veertiende, begon meteen met het aanleggen van de nu nog bestaande vestingwerken rond het paleis. Maar verder zijn de invloeden van wat we nu de Catalaanse cultuur noemen, die in de tijd van de graven van Barcelona en de koningen van Majorca ontstond, nog overal in Perpignan te zien. Ook nu heeft Perpignan meer van een Catalaanse stad dan van een Franse. De gebouwen in het oude centrum hebben een kenmerkende architectuur, die doet denken aan de oude wijken van Barcelona. De straatnamen zijn Catalaans en overal zie je de rode en gele strepen van de Catalaanse vlag. Het Majorca van nu is een eiland in zee, maar de glorie van het oude koninkrijk Majorca is nog steeds zichtbaar in Perpignan.

P.S. Foto’s van Perpignan en het paleis zijn hier te zien

5. mei, 2017

Vandaag is het 5 mei. Bevrijdingsdag. Van 1940 tot 1945 was er in Nederland geen persvrijheid, geen vrijheid van meningsuiting. Verplicht werken voor de Duitse oorlogseconomie via de Arbeitseinsatz. Deportatie van landgenoten op basis van afkomst, politieke overtuiging of seksuele voorkeur. Foltering, willekeurig executies en massamoord.

Gisteravond hebben we de doden herdacht. Vandaag vieren we onze vrijheid, die we terugkregen na 5 jaar bezetting en onderdrukking. Maar elders in de wereld worden nog steeds mensen onderdrukt. Een ogenblik geleden las ik nog dat er weer doden en gewonden zijn gevallen bij demonstraties in Venezuela. De demonstranten eisten vrije verkiezingen, vrijlating van politieke gevangenen, respect voor het parlement en betere verzorging van de burgers, met levensmiddelen en medicijnen. Zaken die in Nederland doodgewoon zijn, maar in hun land worden tegengehouden door een president die zich graag tot dictator lijkt te willen ontpoppen. In Turkije en EU-land Hongarije zien we vergelijkbare ontwikkelingen, en in veel andere landen is het nog veel en veel erger. Denk aan Syrië, waar de regering haar eigen burgers bombardeert en ombrengt met gifgas, aan de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië, waar homoseksuelen hevig vervolgd worden door de overheid. En zo kunnen we nog wel een poosje doorgaan.

Volg het nieuws een dag of twee, en je weet meteen hoe gelukkig wij hier in Nederland mogen, of misschien zelfs moeten zijn, met onze vrijheid. Mensen zeggen soms: “Ja, maar daar gaat het toch niet om? Het gaat toch om onze bevrijding in 1945?” Ik zeg het nog maar eens, en ik ben niet de eerste die het zegt: vrijheid kun je niet vieren zonder je te realiseren hoe het is, om niet in vrijheid te kunnen leven. “Maar wat kunnen we er aan doen?” Misschien niet heel erg veel. Lid worden van Amnesty International. Stemmen op politici die het kan schelen wat er in het buitenland gebeurt. Kijk naar de geschiedenis: de Tweede Wereldoorlog begon ook niet in ons eigen land. En denk je dat het geen zin heeft iets te doen, sta er dan in elk geval bij stil. Realiseer je wat het betekent om vrij te zijn. Te kunnen zeggen wat je denkt, te kunnen stemmen op de partij van je voorkeur, naar de muziek te kunnen luisteren die je mooi vindt en te kunnen houden van wie je wilt. Dat is vrijheid. Steek nu maar gauw die vlag uit.

3. mei, 2017

Het gebeurde in het jaar 1795. In januari waren de Franse troepen bij Zaltbommel de Waal overgetrokken en hadden al snel een groot deel van het land bezet. De vloot gaf zich over, Willem V vluchtte naar Engeland en in februari besloten de Staten-Generaal het stadhouderschap af te schaffen.

Dagloner Bruin Brinkman had daar geen boodschap aan. Zijn werk leverde hem weinig op: 28 jaar oud en hij was nog steeds vrijgezel. Zijn zussen Aaltje en Maartje waren getrouwd met twee broers: Gerrit en Arend Nunnink, die met hun zeilmakerij goed verdienden. Bruin wist tenminste dat Gerrit en Aaltje flink wat spaargeld bewaarden in hun woning in Assendelft. Hij werd steeds jaloerser op zijn zuster en zwager en langzamerhand rijpte een plan in zijn hoofd. Op een dag in maart, in de avondschemering, ging hij gewapend met een bijl op de loer liggen tot zijn zwager naar buiten kwam om te plassen. Hij zwaaide zijn bijl en vermoordde Gerrit met een paar slagen. Hij verborg het lichaam en ging naar het huis. Daar was de buurvrouw nog op de koffie, en Bruin wachtte tot zij vertrokken was. Toen zijn zuster, die aan het koken was, met haar rug naar hem toestond, sloeg hij ook haar dood. Zijn nichtje Maartje lag nog te slapen. Terwijl hij onder haar bedstee naar geld zocht, ontwaakte het meisje. Om niet herkend te worden vermoordde hij haar ook.

Op 24 maart betrad Arend Nunnink het huis van zijn broer, en trof Gerrit, Aaltje en de achtjarige Maartje dood aan. Het moet een gruwelijk gezicht zijn geweest: de slachtoffers waren immers met een bijl om het leven gebracht. Maartjes twee kleine broertjes, Johannes van vijf en de tweejarige Nicolaas, leefden nog. Ze hadden door de slachtpartij heen geslapen. Arend sloeg alarm, maar het daaropvolgende onderzoek leidde niet tot enig resultaat. De dader werd niet gevonden en de zaak leek onopgelost te blijven.

Bijna vijf jaar later, in november 1799 werd aan  de schout gemeld werd dat Bruin Brinkman zich verdacht gedroeg in de buurt van een uitgebrande hooischuur. Een ondervraging volgde en leidde ertoe, dat de schout een  hernieuwd onderzoek instelde naar het bloedbad in Assendelft, ruim vier jaar daarvoor. Na meerdere ondervragingen bekende Bruin Brinkman uiteindelijk: hij had zijn zuster, nichtje en zwager vermoord.

Bruin Brinkman, inmiddels 32 jaar oud, werd schuldig bevonden aan moord en veroordeeld tot geseling, radbraken en het afhakken van het hoofd met een bijl, gevolgd door tentoonstelling van het hoofd, gestoken op een pen, en van het lichaam. Een in onze ogen middeleeuwse straf op de drempel van de 19e eeuw, in de zich als een moderne staat beschouwende Bataafse Republiek, waar de galgenvelden, raderen en geselpalen vijf jaar eerder formeel waren afgeschaft als “overblijfsels der oude Barbaarsheid”. De executie werd uitgevoerd op 1 februari 1800 in Beverwijk, waar de rechtbank gevestigd was.

De twee kleine jongens, Johannes en Nicolaas, werden allebei zeildoekwever. Dat zou er op kunnen wijzen, dat ze opgenomen werden in het gezin van hun oom Arend en tante Maartje. Waren ze door de gebeurtenissen in hun prille jeugd getraumatiseerd? Niemand die het weet. Johannes trouwde in 1818 met Jannetje van IJperen. Hij werd vader van drie kinderen en werd 83 jaar oud. Dacht hij in zijn ouderdom nog wel eens aan zijn zusje en zijn ouders? Nicolaas trouwde in 1822 met Antje Stam en werd al snel weduwnaar, zoals zo vaak gebeurde in die dagen. Hij hertrouwde in 1824 met Margaretha Betjes en stierf vervolgens zelf in 1826, 33 jaar oud.

Dit verhaal is al in verschillende varianten eerder gepubliceerd. Ik kwam het tegen tijdens mijn stamboomonderzoek: Arend Nunnink (of Nunning), de broer van de vermoorde Gerrit, was de bet-bet-en nog iets-overgrootvader van Annelies. Het is geen vrolijk verhaal. Maar ook die moeten verteld worden. Hebzucht en geweld zijn van alle tijden. Ook in de “goede, oude tijd” was niet alles rozengeur en maneschijn.

Foto: beulszwaard of -bijl, Museum Kennemerland.