20. sep, 2013

Rozen en oorlog

Een tijdje geleden, toen ik op de late zondagavond nog wat zat te zappen, kwam ik terecht in de historische serie “The White Queen” op BBC1. Prachtig gemaakt, zoals we dat van de BBC gewend zijn. De serie speelt tijdens de Engelse Rozenoorlogen. Hoe zat het daar ook weer mee?

Voor de meeste mensen hebben rozen vooral iets romantisch. Ze worden geassocieerd met liefde, niet met oorlog. “Wars of the Roses” lijkt daarom een tegenstrijdige term. Niettemin waren de Rozenoorlogen (1455-1485) buitengewoon wreed en bloedig, en ze brachten een enorme slachting onder de Engelse adel met zich mee.De strijd werd vooral gevoerd tussen de huizen van Lancaster en York – allemaal afstammelingen van het huis Plantagenet, dat sinds 1154 Engeland regeerde. Allemaal waren ze ook belust op macht – en de troon. Het embleem van Lancaster was een rode roos, dat van York een witte roos – ziedaar de oorsprong van de naam.

Belustheid op macht – dat was het grotendeels, maar niet zonder  een bepaald gevoel van verantwoordelijkheid en verplichting. De Lancasterkoningen Henry IV en Henry V (de eerste was overigens aan de macht gekomen door zijn neef Richard II af te zetten) “deden het prima”, zoals we in 2013 zouden zeggen. Ze hadden hun koninklijke macht stevig gefundeerd,  junior slaagde er bovendien in om nagenoeg geheel Frankrijk te veroveren en in Engeland zelf was het vrede.
Henry VI was het keerpunt in dit verhaal.
Zijn vader stierf toen hij pas een paar maanden oud was, en zijn ooms regeerden namens hem Engeland en Frankrijk. Ze maakten meer werk van de regering dan van Henry’s opvoeding. Hij werd een zeer vrome koning, met meer geestelijke dan wereldlijke interesses. Vermoedelijk zou hij een heel goede monnik zijn geweest, maar als koning deugde hij niet. Hij omringde zich alleen met Lancasters, en liet zich zeer door hen beïnvloeden. En na een paar jaar werd hij ook nog krankzinnig, dankzij de genen van zijn grootvader van moederskant, Charles VI van Frankrijk.
Engeland werd slecht geregeerd, en zo konden de Yorks de macht grijpen.
Eén van de conclusies die je hieruit kunt trekken, is dat de erfelijke monarchie een slechte zaak is. De zoon van een goede koning hoeft  zelf beslist geen goede koning te zijn. In de loop der eeuwen werd dit in de meeste landen ondervangen door het parlement steeds meer macht te geven (of de koning weg te jagen).
Maar dat is een ander verhaal. Terug naar de Rozen. Na meerdere machtwisselingen was er nog één Lancaster in leven (de rest was uitgemoord): Margaret Beaufort. Zij was de moeder van Henry Tudor, die de laatste York-koning op het slagveld versloeg en als Henry VII de troon besteeg. Hij maakte zo definitief een  einde aan het huis Plantagenet – vanaf 1485 regeerden de Tudors.
Zijn zoon was de roemruchte Henry VIII, maar ook dat is een ander verhaal.