3. okt, 2013

Geschiedenis van de toekomst

Bij het surfen op Internet kwam vandaag de Ganymedes-reeks van uitgever Meulenhoff ineens langs. Dat bracht herinneringen naar boven van jaren geleden.
Tijdens mijn studie Bouwkunde heb ik me bezig gehouden met het schrijven van Science Fiction. Ik deed ook wel andere dingen (zelfs studeren!) maar op een gegeven moment dacht ik kennelijk dat ik maar beter schrijver kon worden dan architect. Dat laatste ben ik overigens ook niet geworden.
Ik vond schrijven altijd al leuk. Een hele periode (ik denk van mijn 15e tot mijn 25ste) heb ik gedichten geschreven. Met een klein aantal gedichten heb ik mijn medescholieren gekweld in de schoolkrant, de rest hield ik voor mezelf. Stukjes schrijven in de schoolkrant, de flatkrant, de buurtkrant – ik vond het allemaal leuk. Het schrijven van verhalen was daar een logisch vervolg op.
Maar waarom SF? Ik geef toe dat ik een liefhebber van het genre ben: al vanaf mijn schooltijd ben ik verslingerd aan Asimov, Heinlein, Herbert en hun collega’s. Wilde ik één van hen worden? Ik weet het niet. Op mijn typemachine (want mijn studietijd ligt al heel wat jaren achter me), op mijn kamertje van drie bij vier, schreef ik mijn verhalen. Een stimulans daarbij was mijn ontdekking van de Ganymedes-reeks, waarin Meulenhoff jaarlijks SF-verhalen van Nederlandse schrijvers uitgaf. Achterin elk deel werd de lezer opgeroepen om verhalen in te zenden.
Dat was wat voor mij! Ik schreef, las, corrigeerde, herlas en polijstte en tenslotte was daar een verhaal, getiteld “De Tekenen van God”. Het was een nogal pessimistisch verhaal over de wereld na de kernoorlog (die we in de jaren zeventig allemaal verwachtten). Ik stuurde het naar de uitgever en was het al weer bijna vergeten, toen ik opeens bericht kreeg, dat het verhaal was geplaatst in Ganymedes 6! Ik was apetrots en ofschoon mijn moeder niet weg was van het verhaal, kreeg toch menig familielid het boekje van haar cadeau.
In Ganymedes 8 volgde “Rouwboeket”. Daar was het echter mee afgelopen. De volgende inzendingen hebben het niet gehaald en mijn drive om te schrijven raakte langzamerhand een beetje in de versukkeling – zeker toen ik na mijn studie ging werken.
Maar wat heeft dit nu met geschiedenis te maken? Eigenlijk alles. Veel SF heeft de opbouw van een historische roman en wordt voorzien van citaten en voetnoten. Het verhaal uit het boek staat niet op zichzelf: er wordt een universum bedacht en een jaartal geprikt, vaak ver in de toekomst. Politieke, economische en culturele verwikkelingen worden verklaard. Net als in elke plaats en tijd uit onze eigen geschiedenis praten, denken en handelen de mensen anders dan we in onze eigen tijd gewend zijn – maar toch net weer niet té anders om ons niet in hen te herkennen.
SF speelt ook leentjebuur bij de “echte” geschiedenis: er worden bewust parallellen getrokken, vergelijkbare ontwikkelingen beschreven en historische feiten genoemd. SF levert zo ook een commentaar op de historie.
Het is dus niet zo gek dat ik zowel in geschiedenis als in SF geïnteresseerd ben. Ze liggen dichter bij elkaar dan je denkt. SF is de geschiedenis van de toekomst.