13. nov, 2013

Geschiedenis in kaart gebracht

Toen ik vandaag iets wilde lezen, vond mijn hand “Verborgen wildernis” van Kester Freriks in de boekenkast. Aan de hand van oude kaarten vertelt de schrijver over cultuur- en natuurlandschappen in het verleden en in onze tijd. Die oude kaarten zijn vaak fascinerend. Veel eilanden en “eilanden”: ik zie mijn eigen geboortestad Almelo liggen als een eiland tussen venen en moerassen. Zeeland en het zuidelijk deel van Zuid-Holland bestonden nog niet eens zo heel lang geleden uit “echte” eilanden, zonder dammen of bruggen en alleen te bereiken over het water. Een ritje in vijf kwartier van Delft naar de Oosterschelde (zoals wij nu wel eens doen voor een uurtje duiken) was toen volslagen ondenkbaar. Tot heel ver in de 19e eeuw bestonden er ook nauwelijks wegen. Men moest binnen Nederland vaak dagen reizen om bij zijn bestemming te komen. Nederland is klein geworden, zegt Kester ook al in zijn boek.

Kaarten zijn ook een spiegel van de geschiedenis. Oude atlassen laten vaak een ons onbekende wereld zien: andere landen, andere grenzen, andere namen. Soms komen namen weer terug, zoals Servië en Bosnië. Andere verdwijnen voorgoed: het Ottomaanse rijk, Oost-Pruisen, de DDR. En dan heb ik het nog over de 20ste eeuw! Kaarten in geschiedenisboeken of geschiedenisatlassen laten nog meer zien. Ik kan er uren naar kijken. Soms is de invloed van de geschiedenis heel heftig. Ga nog een eeuw terug en kijk naar het Europa van vóór de Franse revolutie, het Europa van Napoleon en het Europa van 1815: drie totaal verschillende kaarten in een periode van 25 jaar.
In die 19e eeuw zou Europa blijven veranderen. België bestond in 1815 nog niet, pas in 1830 zou het zich afscheiden van het Koninkrijk der Nederlanden. Ook Griekenland bestond nog niet. Italië was puur een geografisch begrip, staatkundig bestond het uit meerdere koninkrijken en hertogdommen. Duitsland begon in 1815 nog maar net vorm te krijgen. Vóór Napoleon was dit gebied nog een lappendeken van meer dan 300 landen en landjes, symbolisch verenigd in het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie – met een keizer die al eeuwenlang in Wenen troonde en alleen nog veel invloed had in zijn eigen Habsburgse gebieden (zie plaatje). Napoleon maakte resoluut een einde aan de meeste mini-rijkjes, en de onderhandelaars op het Weens Congres vonden herstel van de oude situatie evenmin wenselijk. Na nog een stuk of wat oorlogen bestond Centraal Europa uit het Duitse Keizerrijk en de Habsburgse Dubbelmonarchie Oostenrijk/Hongarije. En die laatste zou, staatkundig gezien, na de eerste wereldoorlog helemaal uit elkaar vallen.

Een van de landen die uit het Habsburgse Keizerrijk ontstonden, was Joegoslavië. En Joegoslavië is (samen met de voormalige Sovjet-Unie) een voorbeeld van hoe de geschiedenis het aanzien van (een deel van) Europa nog heel recent heeft kunnen veranderen. De Grote Bosatlas (ik heb nu de 52ste druk voor me liggen, afdankertje van mijn kinderen die op school alweer een nieuwere editie nodig hadden) laat bij de kaart van Zuidoost-Europa op een paar kleine kaartjes zien hoe uit het “oude” Joegoslavië de “nieuwe” landen Slovenië, Kroatië, Servië/Montenegro, Bosnië/Herzegovina en Macedonië ontstonden. De makers van de atlas waren hiermee zo actueel mogelijk, maar konden niet voorzien dat Montenegro zich korte tijd later definitief van Servië zou afscheiden, laat staan dat zij konden bevroeden dat later Kosovo als zelfstandige staat zou ontstaan.
De inwoners zien deze landen overigens niet als “nieuw”: voor hen betekent dit het lang gewenste herstel van de oorspronkelijke situatie – al moeten ze daarvoor ook terug naar de middeleeuwen. Ik moet mijn bewering uit de eerste alinea, dat sommige landen “voorgoed” zijn verdwenen, dus nuanceren: ook in de geschiedenis is niets definitief.