31. jan, 2014

’t Kan verkeren

“’t Kan verkeren” zei Bredero. En dat zei ik ook tegen mezelf toen ik eindelijk eens een bekende naam in mijn stamboom tegenkwam. Op school las ik zijn “De Klucht van de Koe” en nu blijkt hij familie te zijn. Inderdaad: bij het zoeken naar mijn voorouders kwam ik Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1585 – 1618), dichter en toneelschrijver te Amsterdam, tegen. Geen directe voorouder: Bredero had geen kinderen. Wij stammen af van zijn zus Hillegont, die leefde van 1587 tot 1647 en getrouwd was met Jan Arendszoon van Tongerlo. Hun dochter Hester trouwde met Huybert Brandenburg en trok met hem naar Enkhuizen, waar zij in 1686 overleed. Hun afstammeling Johannes Brandenburg was notaris in West-Terschelling en tevens de gemeenschappelijke voorvader van mijzelf èn van mijn vrouw Annelies – vandaar het “wij” hierboven.

Gerbrand Adriaensz leefde in (zoals we dat noemen) interessante tijden, midden in de Tachtigjarige Oorlog. Hij werd geboren een jaar na de moord op Willem van Oranje. Gedurende zijn hele leven was Maurits stadhouder. Toen Bredero op 23 augustus 1618 stierf was het Twaalfjarig Bestand nog van kracht, en bestreden in de Nederlanden remonstranten en contraremonstranten elkaar met overgave. Een kleine week na zijn sterfdag werden Johan van Oldenbarnevelt en Hugo de Groot gearresteerd.

De naam Bredero betekent niet dat Gerbrand ook familie was van het befaamde geslacht Van Brederode. De naam heeft er wel mee te maken: hij is afkomstig van een uithangbord of gevelsteen met de beeltenis van de geuzenjonker Hendrik van Brederode (1531 - 1568). Die bevond zich aan het buurhuis aan de Nes, waar de familie Bredero tot 1602 woonde.

Zijn vroegst bekende vers schreef Gerbrand Adriaensz in 1606: een vierregelig rijm ter gelegenheid van een loterij. Hij ging in 1610 in de leer bij de kunstschilder Badens, maar werd een jaar later al lid van de Rederijkerskamer d’Eglantier. In de jaren daarna publiceerde hij een groot aantal toneelstukken en gedichten.
In 1617 verliet Bredero d’Eglantier en schreef onder meer “De Spaanse Brabander” en “Moortje”. In december van dat jaar zakte hij met zijn slee door het ijs, terwijl hij op weg naar huis was van een begrafenis. Toch leidde dit kennelijk niet tot zijn dood, want hij overleed pas driekwart jaar later.

Hij was 33 toen hij stierf. Van de 12 kinderen uit het gezin van zijn ouders leefde alleen Hillegont nog.
Gerbrand Adriaensz Bredero werd bijgezet “met dichterseer” in de Nieuwezijdskapel aan het Rokin. De kapel werd gesloopt in 1908. Het graf van Bredero werd geruimd.