27. mrt, 2014

Voorouders

Protestantse families uit Oudenaarde, die naar Nederland vluchten nadat Lodewijk de Veertiende in 1658 hun stad binnenvalt.
Hugenoten uit Normandië, die in 1685, na de opheffing van het Edict van Nantes (dat hun vrijheid van godsdienst garandeerde), in Groningen belanden. Dat opheffen gebeurde overigens door diezelfde Lodewijk de Veertiende.
Mensen uit alle hoeken van Nederland en Duitsland, uit Frankrijk, uit Vlaanderen.
Burgemeesters, bakkers, notarissen, onderwijzers, dominees, molenaars, vissers, zeelui, boeren en arbeiders. Schoenmakers en winkeliers. Een dichter en toneelschrijver uit de Gouden Eeuw.
Eén ding hebben ze gemeen: ze staan in de stamboom van mijn kinderen.

Ik leerde deze mensen (en nog vele anderen) namelijk kennen bij het zoeken naar mijn afstamming en die van mijn vrouw. Eerst was het een bezigheid voor verloren uurtjes, waarin het leuk was om weer wat namen en jaartallen toe te voegen. Maar het wordt steeds leuker!
Hele levensbeschrijvingen kom ik tegen, maar ook kleine drama’s.
Gezinnen met 12 kinderen, van wie er slechts 2 de volwassen leeftijd bereiken.
Vrouwen van 20 tot 40 jaar die sterven in het kraambed – bij hun eerste of hun tiende kind. Je leest het niet rechtstreeks, maar ziet ineens dat hun kind op de dag van hun overlijden, of kort daarvoor, geboren is.
Zeelui, die verdrinken of sterven aan boord van hun schip, ergens op de oceaan- zoals Cornelis Gerritsz Lieuwen, stuurman, overleden op 1 oktober 1853 aan boord van de schoener Havannah Packet, 26 jaar oud. Het schip was onderweg van Havanna (Cuba) naar Amsterdam. Zijn ouders en zijn vrouw Gertje Lieuwen-Doeksen ontvingen het bericht van zijn dood pas in februari 1854. Hun zoon Gerrit, mijn betovergrootvader, was toen 4 jaar oud.

Kindersterfte, kraamvrouwenkoorts, het risicovolle leven aan boord van een zeilschip – ik heb er over gelezen, maar nu komt het ineens dichterbij.
Mijn nieuwsgierigheid groeit met de dag, en mijn fantasie gaat af en toe met me op de loop.
Wat te denken van burgemeesterszoon uit een klein stadje in Mecklenburg, die na afloop van de dertigjarige oorlog (1618-1648) zich als chirurgijn vestigt in Straatsburg? En van zijn zoon, die als scheepschirurgijn op Terschelling terechtkomt, een Terschellings meisje trouwt en uiteindelijk in de buurt van Groenland, aan boord van een walvisvaarder, overlijdt? En ik moet (nu we toch op Terschelling beland zijn) ook zijn kleinzoon niet vergeten, die zeekapitein is (van onder meer het schip “Vrouw Lena Jacoba, dat op West-Indië voer) en later burgemeester wordt. Hij was ook de laatste “commandeur” die op het eiland woonde.

De verhalen liggen hier voor het oprapen! Wordt vervolgd.