23. jun, 2014

De familie van Coppenolle

Bij het zoeken naar de voorouders van Johannes Brandenburg (1765-1825, de gemeenschappelijke voorvader van mij en Annelies) bleek, dat die niet van Terschelling kwamen. Tot mijn verrassing ontdekte ik via hen onze Vlaamse wortels.

De familie van Johannes’ vader was afkomstig uit Noord-Holland, onder andere uit Enkhuizen en Amsterdam. Over hen schreef ik al in mijn blog over Bredero.
De moeder van Johannes heette Maria Catharina Domna. Haar vader, Henricus Domna, was in 1708 geboren in Workum en werd in 1731 predikant op Terschelling. Hij kwam uit een oud Fries geslacht van predikanten. Zijn vader, Tjalling (officieel bij zijn gelatiniseerde naam Tjallingius genoemd), was predikant in Workum. Zijn moeder heette Philippina van Coppenolle en was geboren in Amsterdam.
Hoe deze Fries-Amsterdamse verbintenis tot stand kwam, weet ik niet. Zeker is dat deze uitheemse aanwinst van het Friese domineesgeslacht eigenlijk van nog verder weg kwam: de vader van Philippina, Lucas van Coppenolle, was in 1638 geboren in Oudenaarde, in Vlaanderen. Oudenaarde was bekend om zijn wandtapijtenindustrie.

Wanneer Lucas naar de Nederlanden was gekomen, is niet helemaal duidelijk. Zeker is, dat hij in 1661, 23 jaar oud, in Weesp trouwde met de in Amsterdam geboren Margaretha Purmerend.
(Margaretha stierf in 1720, 79 jaar oud, in Workum. Kennelijk was zij na de dood van haar man in 1701 bij haar dochter en schoonzoon gaan wonen).

In 1658 viel het Franse leger Oudenaarde binnen. Het is niet onaannemelijk dat Lucas in dat jaar, 20 jaar oud, naar de Republiek emigreerde. In die tijd waren er in de Zuidelijke Nederlanden, ook in en rond Oudenaarde, nog steeds mensen die de protestantse overtuiging waren toegedaan. Gezien de verbintenis van zijn dochter met een gereformeerde dominee zou Lucas heel goed protestants geweest kunnen zijn. Het hoeft echter niet de reden voor zijn vertrek te zijn. Zoals de protestanten in de Zuidelijke Nederlanden gedoogd werden, werden ze dat ook in Frankrijk. Door het Edict van Nantes kende dat land een (aan regels gebonden) vorm van godsdienstvrijheid.

De vroegste voorouder, die ik in deze tak heb kunnen ontdekken, was Jans van “Coppenhole”, overleden rond 1463 in Oudenaarde. Om hem even in zijn tijd te plaatsen: Filips de Goede, hertog van Bourgondië, was op het toppunt van zijn macht en regeerde ook een groot deel van de Nederlanden. De Noordelijke Nederlanden leden in die tijd nog onder de naweeën van de Hoekse en Kabeljauwse twisten, bekend uit de schoolboekjes. Kort daarvoor was de boekdrukkunst uitgevonden en in Engeland waren de edelen elkaar aan het uitmoorden in de Rozenoorlogen (1455-1485). Willem de Zwijger zou pas 70 jaar later geboren worden.

Bij mijn zoektocht kwam ik nog een naamgenoot tegen: Jan van Coppenolle, secretaris bij de schepenenbank van Gent. Van 1483 tot 1492 leidde hij de opstand van Vlaanderen tegen Maximiliaan van Oostenrijk (de opa van keizer Karel V, erfgenaam van onder anderen de Bourgondische hertogen). De opstand was gericht tegen de zware belastingen, die de keizer aan de stad had opgelegd. Uiteindelijk werd Jan van Coppenolle op de markt in Gent onthoofd. Dat was in 1492 (toevallig ook het jaar dat Columbus Amerika ontdekte). Ik noemde hem al eerder in een blog. En helaas heb ik nog steeds geen enkele familielijn kunnen terugvoeren op deze wel heel interessante Coppenolle!