9. jan, 2015

Ridders en jonkvrouwen

Eindelijk een brokje adel ontdekt! Middeleeuwse ridders, die ooit op hun paard in de Duitse bossen rondreden, kan ik nu rekenen tot mijn voorgeslacht. Ik geef het toe: het is heel ver weg. Maar het spreekt nog steeds tot de verbeelding.

Mijn opa Engberts had wel eens verteld dat zijn grootmoeder uit Zwolle kwam. Dat wist hij nog goed, omdat ze heel anders praatte dan haar aangetrouwde Vriezenveense familie. Ze heette Hendrikje Endeman en was vernoemd naar haar grootmoeder van moederskant, Hendrikje Dorgelo. Deze laatste Hendrikje werd geboren in 1755 en overleed in Dalfsen in 1811. De lijn Dorgelo volgend kwam ik al snel Duitse namen tegen (Dierich, Lüder) en ineens stond daar het woordje “von”. Hé, interessant! Johann von Dörgelohe heette deze voorvader, die geboren werd in 1580.

Adellijke voorouders aantreffen in je stamboom is ook om andere redenen interessant. Over hun leven en dood is over het algemeen veel meer gedocumenteerd dan over het wel en wee van “gewone” burgers. Om die reden kom je vaak veel verder terug in de tijd. Dat klopte ook hier: de vroegste voorouder die ik langs deze lijn heb kunnen terugvinden, ridder Wessel von Pennethe, werd geboren omstreeks 1270 in Lage (Detmold) en overleed op 11 november 1320! Zijn achterkleindochter, Rixte von Pennethe (1340-1421 ) trouwde met een Otto von Doringerloe. Hun zoon Otto (1360-1421) was in 1391 drost in Vörden. Als drost in Münsterland bouwde hij op een eilandje in de rivier de Lethe een kasteel. Dit kasteel bleef een aantal generaties in de familie.

Via een aantal nakomelingen, waaronder nog een Otto, die zich von Dorgelohe zu Brettberg noemde, en nog meer Johanns en Otto’s, komen we bij bovengenoemde Johann terecht.
Deze von Dorgelohes waren onder meer drost in Cloppenburg en Vechta, kanunnik in Osnabrück en Münster en provoost.
In verschillende kerken in de omgeving zijn nog sporen te vinden van de Dorgelohes. Zo is in Vechta, in de St. Georgkirche, nog het grafmonument te zien (zie foto) van Johann von Dorgelohe, oom van de laatste “von” in onze lijn. Hij was de oudste zoon van de zoveelste Otto von Dorgelohe en Elisabeth Korff-Schmiesing en overleed in 1597. Het monument stelt een ridder in volle wapenrusting voor.

De naam van het geslacht is nog terug te vinden in de plaatsnaam Dörrieloh in Nedersaksen, en schijnt zoveel te betekenen als “het droge bos” (denk aan de uitgang –lo in Almelo, die ook bos betekent). Dörrieloh maakt deel uit van de gemeente Varrel en ligt ten westen van Hannover, in de buurt van de Weser – hemelsbreed overigens helemaal niet zo ver van Dalfsen vandaan. Als je naar het westen trekt, kom je via Osnabrück al snel in Overijssel terecht.

Maar waar is nu eigenlijk het “von” gebleven? Hoe werden de ridders gewone burgers en hoe kwamen ze in Nederland terecht? Het is een verhaal op zich en dat bewaar ik voor de volgende keer.
En voor wie niet kan wachten: op de Duitstalige Wikipedia wordt het geslacht beschreven en er is ook een door verre (heel verre) neven beheerde familiesite.