11. sep, 2015

Hugenoten en hannekemaaiers

Geen krant en geen tv-journaal of er is wel een item over vluchtelingen. Op dit moment komen ze vooral uit Syrië, een land waar ook jij en ik echt niet zouden willen wonen. Er woedt een burgeroorlog, mensen zijn hun huis kwijt, familieleden zijn omgekomen, kinderen sterven door bombardementen. Ze zijn radeloos en willen maar één ding: naar een veilige plek. En in hun ogen is er nog maar één veilige plek: Europa.

Miljoenen Syriërs verblijven momenteel in kampen in de regio. Daar is het niet best, er is onvoldoende voedsel en medische verzorging, geen onderwijs voor de kinderen, noem maar op. Turkije, Libanon, Jordanië en Irak (alsof dat zelf op dit moment geen grote problemen heeft) hebben er hun handen vol aan en vragen het westen om hulp.

Ook in Nederland worden vluchtelingen opgevangen – verwelkomd door de een, door de ander juist niet. Toch is dit voor Nederland geen nieuw probleem en ik ben niet de eerste die dit opmerkt.

Omdat Nederland bekendstond als tolerant land en al vroeg een zekere mate van vrijheid van godsdienst kende, kwamen er in de loop der eeuwen nogal wat vluchtelingen en andere vreemdelingen naar Nederland. Zo kwamen er in de jaren na de val van Antwerpen in 1585 maar liefst 150.000 vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden naar het Noorden. Deze immigranten brachten hun kennis, vaardigheden en handelsnetwerken mee en brachten daarmee onder meer de textiel- en de diamantnijverheid in het Noorden tot grote bloei.

Eveneens in de 16e eeuw kwamen Portugese en Spaanse Joden (Sefardim), op de vlucht voor de inquisitie, naar Nederland. De meeste Sefardim waren handelaren en in zeer goede doen. Dat gold niet voor de Oost-Europese joden (Asjkenazim) die in het begin van de 17e eeuw, arriveerden, op de vlucht voor vervolgingen. De Asjkenazim leefden door uitsluiting en discriminatie in bittere armoede en hoopten in Nederland werk te vinden en zo een beter bestaan op te bouwen. Op de derde Joodse vluchtelingengolf kom ik later terug.

Later in de 17e eeuw kwamen de Franse hugenoten. Onder Lodewijk XIV vluchtten meer dan een half miljoen protestanten het land uit. Nederland was één van hun bestemmingen. Rond 1700 was 6% van de Amsterdammers Frans. Bijna driehonderd Franse officieren werden in 1685 door prins Willem III in het Staatse leger opgenomen. Andere hugenoten kwamen terecht in het uitgeversvak, omdat hun gilde vreemdelingen toeliet.

Een tweede stroom vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden werd eveneens op gang gebracht door Lodewijk XIV, die daar voortdurend binnenviel en steden belegerde.

De hannekemaaiers waren geen vluchtelingen, maar seizoenarbeiders uit Duitsland die ‘s zomers te voet naar Nederland kwamen om op het te land werken. De eerste hannekemaaiers kwamen om gras te maaien. Naar schatting 140.000 hannekemaaiers hebben zich in de 19e eeuw blijvend in Nederland gevestigd.

Een enorme vluchtelingenstroom kwam aan het begin van de Eerste Wereldoorlog ons land binnen. Na de Duitse inval in 1914 trokken meer dan een miljoen Belgen naar Nederland. Het grootste deel keerde voor het einde van het jaar weer terug naar huis, maar meer dan 100.000 Belgen bleven gedurende de hele oorlog in Nederland. In 1918 vertrokken de meeste vluchtelingen huiswaarts; een deel vestigde zich voorgoed in Nederland.

Nederland bleef de vluchtelingen met open armen ontvangen, al verschilde de reactie van de bevolking op de komst van deze immigranten van plaats tot plaats. Omdat velen gevlucht waren om godsdienstige redenen, werden zij door de overwegend protestantse bevolking goed onthaald, hoewel er wrijvingen tussen de verschillende stromingen waren. Ook was er aanvankelijk huiver om ze in het bestuur van de gemeenschappen toe te laten. Een zwarte bladzijde echter vormen de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. In de jaren ‘30 kwam een stroom van Joodse vluchtelingen richting Nederland op gang. Om de toevloed in te dammen (er was tenslotte een economische crisis) besloot de regering eisen te stellen: alleen bemiddelde Joden werden toegelaten. Alle anderen moesten bewijzen dat ze in hun land van herkomst écht gevaar liepen. Dat bewijs was moeilijk te leveren, zodat maar weinigen Nederland binnenkwamen. In de aanloop naar de oorlog scherpte Nederland de toelatingseisen nog verder aan, en in 1938 werd de grens voor Joden gesloten. Degenen die nog binnenkwamen, kwamen meestal in Kamp Westerbork terecht, dat speciaal voor hen was gebouwd. In 1940 namen de Duitsers dit kamp over. De afloop is bekend. Van de 140.000 Joden die voor de oorlog in Nederland woonden, waren er na de oorlog nog zo’n 30.000 over. De rest was gevlucht of (vaker) vermoord tijdens de Holocaust. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog zouden nog duizenden Joden uit Nederland vertrekken naar de Verenigde Staten of naar Israël.

In de jaren tussen 1945 en 1965 vertrokken zo’n 300.000 Nederlanders, Indo’s en Molukkers uit het voormalig Nederlands-Indië naar Nederland. Echt welkom waren ze niet. Nederland was er vlak na de Tweede Wereldoorlog slecht aan toe. De werkloosheid was hoog, evenals de woningnood. Veel aandacht kregen ze dus niet: aanpassen en meedoen was het motto.

Inmiddels kennen we ook de arbeidsmigranten uit de landen rond de Middellandse Zee, en de immigranten uit Suriname en de Antillen. Maar de laatste jaren komen de immigranten steeds meer uit landen als Irak, Iran en Syrië: asielzoekers en vluchtelingen. Eind 2014 waren er wereldwijd bijna 60 miljoen mensen op de vlucht, 8,3 miljoen meer dan het jaar ervoor. 19,5 miljoen mensen zijn hun land ontvlucht, waaronder bijna 3,9 miljoen Syriërs. 38,2 miljoen mensen zijn ontheemd: op de vlucht in eigen land. Zie boven. Laten we hopen dat het jaar 2015 niet nog een zwarte bladzijde in de geschiedenis wordt.