27. okt, 2015

Brabantse protestanten?

Op 6 juni 1918 werd het huwelijk van Johannes Engberts (mijn opa) en Teuntje Nelemans (mijn oma) ingezegend in de Nederlands Hervormde Kerk in Zevenbergen, Noord-Brabant – want daar kwam oma vandaan. Haar vader was er stationschef (Zevenbergen heeft al sinds 1854 een treinstation). Opa en oma hadden elkaar leren kennen tijdens de mobilisatie, toen mijn Vriezenveense opa de grens van Nederland met het door Duitsland bezette België moest verdedigen.

Wanneer je Brabant in een paar trefwoorden zou moeten omschrijven, zou het woord “katholiek” al snel in je hoofd opkomen. Hoe zit dat dan met die protestantse familie Nelemans? Daarvoor gaan we een paar eeuwen terug.

Reformatie

Ook in het huidige Noord-Brabant keerden in de 16e eeuw steeds meer mensen zich af van de katholieke kerk. In enkele steden werden gereformeerde gemeenten gevormd. Zoals bekend greep Filips II, koning van Spanje en heer van de Nederlanden, in. De Spaanse bezetting van de Zuidelijke Nederlanden, inclusief Brabant en Limburg, leidde tot perioden van vervolging en oorlog, waarin de protestanten tijdelijk vluchtten naar veiliger oorden of zelfs uiteindelijk vertrokken naar de noordelijke Nederlanden.

De opbouw van een protestantse kerkorganisatie in Brabant begon voorzichtig na de inname van Den Bosch door stadhouder Frederik Hendrik in 1629 en consolideerde zich na de vrede van Münster in 1648. De Staten Generaal benoemden overal predikanten. De meeste gemeenten bleven echter klein; bloeiende gemeenten, waar de meerderheid van de bevolking gereformeerd was, waren er eigenlijk alleen in enkele grotere steden en in West-Brabant, dat toen deel uitmaakte van de provincie Holland. Daar waren de gemeenten al veel vroeger georganiseerd.

Kerkgebouwen
De hervormde gemeenten kregen de beschikking over de bestaande, meestal middeleeuwse kerkgebouwen, ook al was het aantal protestanten vaak zeer gering. De katholieken trokken zich terug in schuilkerken; in Brabant waren dat vooral (illegale) schuurkerken. Toen later in de 17de eeuw geleidelijk aan ook steeds meer protestantse schoolmeesters werden aangesteld, gebruikten die vaak een deel van de kerk als klaslokaal. De kleine protestantse gemeenten waren vaak niet in staat de hun toegevallen kerkgebouwen behoorlijk te onderhouden. Het daaruit volgende bouwkundige verval was de reden dat, toen de katholieken deze gebouwen vanaf 1798 terug konden krijgen, zij soms toch de voorkeur aan hun schuurkerk gaven. Zo ook in Zevenbergen, waar de schuurkerk overigens in 1836 vervangen werd door een (inmiddels ook weer gesloopte) Waterstaatskerk. De 14e-eeuwse Nederlands-Hervormde kerk (voorheen St. Catharinakerk) is na de Tweede Wereldoorlog intensief gerestaureerd en huisvest nog steeds de Protestantse Kerk Nederland.

Twee geloven…
Bij de benoeming van ambtenaren speelde religie een grote rol. Katholieke functionarissen mochten alleen worden aangesteld wanneer er geen geschikte gereformeerde kandidaten voor die functie te vinden waren. Na 1795 verloren de protestanten in Brabant echter hun dominerende maatschappelijke positie en stonden overheidsambten voortaan ook open voor rooms-katholieken.
Daar kwam nog bij dat in het begin van de 19e eeuw slecht ging met de economie van het Koninkrijk der Nederlanden. Vooral kleine zelfstandigen, en daartoe behoorde het merendeel van de Brabantse protestanten, hadden moeite het hoofd boven water te houden. Velen verarmden en verhuisden noodgedwongen naar het protestantse noorden van het koninkrijk. Op die manier verdwenen tal van protestantse gemeenschappen in Brabant.

Uiteindelijk bleef een aantal kleine gemeenten over, vooral in West-Brabant (zoals in Zevenbergen) en in het Land van Heusden en Altena  - een gebied dat nog steeds een sterk protestants karakter heeft en ook – net als het noordwestelijk deel van de provincie- pas na 1815 bij Brabant werd gevoegd.

Aan de huwelijken in onze stamboom kun je zien dat er veel aan werd gedaan om de protestantse overtuiging voort te laten leven, al moest men daarvoor de bruid (of bruidegom) helemaal uit het land van Heusden en Altena halen. Als geboorteplaats van onze voorouders zie je dan ook regelmatig Dussen, Heusden, Veen of Genderen staan.
Niet altijd lukte dat. Hier en daar ontdekte ik een gemengd huwelijk – al is niet altijd duidelijk of de kinderen uit zo’n verbintenis katholiek of protestant werden opgevoed. In elk geval leidde deze praktijk van “twee geloven op één kussen” tot het ontstaan van een protestantse en een katholieke tak van de familie Nelemans.
Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen, aldus het gezegde. Zowel in onze familie als – in het groot -  in de provincie Noord-Brabant gebeurt en gebeurde dat. Maar kennelijk is het allemaal goed gegaan en heeft de duivel zich hier een beetje koest gehouden.