4. jul, 2016

Een exoot in Almelo

De term “exoot” wordt vaak gebruikt als we het over diersoorten hebben, die in hun leefomgeving niet van oorsprong thuishoren. Een heel bekende is de halsbandparkiet, afkomstig uit Afrika en Zuid-Azië, waarvan er inmiddels meer dan 10.000 de parken en achtertuinen van de Randstad bevolken. Vaak wordt met enige vijandigheid over deze vogel geschreven, omdat ze (door hun voedingspatroon en hun wijze van voortplanting) een bedreiging vormen voor andere vogels.

Exoten zijn echter geen nieuw verschijnsel. Het is een bekend feit dat het konijn is geïmporteerd in Australië (met de nodige schadelijke gevolgen), maar ook in Europa was het dier een immigrant. Het konijn kwam oorspronkelijk alleen in Spanje voor en is door de Romeinen verspreid over de rest van ons werelddeel. Dat laatste geldt ook voor de fazant, die oorspronkelijk uit Azië komt. En de “oer-Hollandse” tulp komt oorspronkelijk uit Turkije.

Ook in de architectuur kom je exoten tegen. Vaak is dat een kwestie van mode. Zo is het in 1786 in Oosterse stijl opgetrokken Royal Pavillion in Brighton (het favoriete verblijf van de Prince Regent, de latere George IV) een uiting van de in die tijd grote belangstelling voor alles uit India, een gebied waar de Britse invloed toen flink aan het groeien was.

Een veel ouder voorbeeld is het paleiscomplex dat de Romeinse keizer Hadrianus optrok in Tivoli, en dat veel oosterse (Hellenistische en Perzische) invloeden vertoont.

In mijn geboortestad Almelo gebeurt misschien niet veel (bedankt, Herman Finkers), maar er valt toch tenminste één exoot te bespeuren. Wie de barokke spits van de toren van de Grote Kerk voor het eerst ziet, krijgt vaak onmiddellijk associaties met Zuid-Duitsland of Oostenrijk.

Ik heb ooit eens gehoord dat de torenspits zo gebouwd is omdat één van de Almelose gravinnen, die van Beierse afkomst was, heimwee had en op deze manier een herinnering aan haar vaderland bouwde. Op de website van het Wevershuisje wordt verteld dat de toren een geschenk is van de graaf aan zijn Duitse vrouw, als herinnering aan haar geboortestreek. Volgens Wikipedia heeft de gravin de toren zelf laten bouwen. Ik heb het maar eens verder uitgezocht.

In 1674 erfde Adolf Hendrik van Rechteren de heerlijkheid Almelo. Door zijn huwelijk in 1695 met gravin Sophia Juliana van Castell-Rüdenhausen had hij goede relaties in het keizerrijk. De Staten-Generaal zonden hem onder meer met diplomatieke opdrachten naar de keurvorst van Mainz en naar het hof van keizer Leopold I te Wenen. De keizer verhief hem in 1705 zelfs tot rijksgraaf van het Heilige Roomse Rijk.

Adolf Hendrik was dus geen onbelangrijke man, maar had naast zijn diplomatieke werk ook nog tijd om zich met Almelose zaken bezig te houden. Hij liet het uit 1489 daterende raadhuis in 1690 afbreken en door een nieuw vervangen. Later gaf hij ook de aanzet tot de gedeeltelijke sloop en herbouw van de kerk aan het huidige Kerkplein te Almelo, oorspronkelijk de hofkapel van de heren van Almelo. Het schip en de toren zijn in 1738 afgebroken en vervangen door de huidige bouw in de vorm van een Grieks kruis. Het uit 1493 daterende gotische koor bleef bestaan. Onder dit koor bevindt zich de overwelfde grafkelder van de grafelijke familie.

Aangezien graaf Adolf Hendrik in 1731 overleed, lijkt Wikipedia gelijk te hebben: onder het toeziend oog van de gravin werden zowel kerk als toren gebouwd. Een aardig karwei, haar wellicht opgedragen door de nieuwe graaf, haar zoon Philip Zeger. Of gaf Philip Zeger de toren zijn huidige vorm als eerbetoon aan zijn moeder? Ook een mooi verhaal.

Maar even terug naar het begin. De gravin uit het overgeleverde verhaal zou dus Sophia Juliana van Castell-Rüdenhausen moeten zijn. Zij is geboren in 1673 in Rüdenhausen als dochter van de toenmalige graaf Philip Gottfried. Ze overleed in Almelo in 1758, en werd dus 85 jaar oud – een zeer respectabele leeftijd in de 18e eeuw! Rüdenhausen ligt inderdaad in Beieren en als je even naar een plaatje van de St Peter und Paulkirche zoekt (zie foto), dan zie je….een replica (bijna) van de Grote Kerk in Almelo.

Het verhaal klopt dus. De Grote Kerk dankt zijn barokke toren aan een Beierse gravin, al dan niet met heimwee. Zo kwam deze “exoot” in Almelo terecht.