28. okt, 2016

Macht en verbeeldingskracht

(of: hoe de Habsburgers en anderen hun stamboom bij elkaar fantaseerden)

Iedereen, die zijn stamboom uitzoekt, hoopt stiekem op een voorvader als Willem van Oranje, Karel de Grote of een andere grootheid uit het verleden. Ik heb al eens verteld dat ik op die manier zelf, tot mijn verrassing, stuitte op Karel de Grote als voorouder. Dat is leuk voor mij en wellicht interessant voor anderen, maar meer ook niet. Je kunt het geloven, maar dat is geen verplichting.

Sommige mensen echter zagen het vinden van zo’n beroemde voorvader als noodzaak. Dat gebeurde vooral in de hoogste kringen, en had dan voornamelijk te maken met het begrip legitimiteit: het recht van de heerser om te regeren. Napoleon bijvoorbeeld werd met dit probleem geconfronteerd. Zijn vijanden (maar wellicht ook zijn vrienden) beschouwden hem als een usurpator: iemand die zijn troon op onrechtmatige wijze in bezit genomen had. Dat was uiteraard onpraktisch in de omgang met andere landen en hun vorstenhuizen: de keizer van Frankrijk moest door hen beschouwd kunnen worden als (minstens) hun gelijke. Dat voorkwam ongemakkelijke situaties en maakte gegoochel met het protocol overbodig. Zo op het oog maakte Napoleon zich daar niet druk om: hij was duidelijk de baas, hij had het sterkste leger en wie deed hem wat? Maar ondertussen adopteerde de keizer wel het symbool van de Merovingen, de dynastie die Frankrijk (en andere landen) regeerde van de 5e tot in de 8e eeuw: de bij. Het keizerlijke kasteel Fontainebleau is nog steeds helemaal versierd met bijen, en ook was de kroningsmantel van de keizer ermee bezaaid. Zijn kroning tot keizer der Fransen zat verder vol verwijzingen naar de kroning van Karel de Grote in 800. Met dit soort cosmetische ingrepen, als ik het zo mag noemen, creëerde Napoleon de suggestie dat er een verband of zelfs verwantschap bestond tussen hemzelf en deze legendarische voorgangers.

Minder subtiel gingen de Oostenrijkse Habsburgers, die van 1452 tot 1806 de troon van het Heilige Roomse Rijk wisten te bezetten, te werk. Toen zij nog niet zo stevig op die troon zaten, en er ook omtrent hun legitimiteit twijfels werden geuit, probeerden zij zo’n verre verwantschap niet alleen te suggereren, maar ook te bewijzen. Keizer Maximiliaan I (1493-1519) liet een genealogische studie verrichten, waaruit zonneklaar bleek dat de familie van Habsburg haar stamboom terug kon voeren op de Trojaanse held Hector! Een zoon van Hector, Francio, zou na de val van Troje naar het noorden zijn getrokken en daar de stad Frankfurt hebben gesticht. Ook de instelling door Maximiliaan van de Orde van het Gulden Vlies verwees naar dat mythologische verleden (denk aan het verhaal van Jason en het Gulden Vlies).

De keizers van Rome echter spanden de kroon. Ook zij zochten en vonden prestigieuze voorouders en vonden die in oude, respectabele Romeinse families uit de tijd van de Republiek. Sommigen gingen echter nog verder. Dat begon al met Julius Caesar, die beweerde van de godin Venus af te stammen. Zijn neef Augustus en diens opvolgers namen deze afstamming dankbaar over. Latere keizers voegen hier ook  nog de oorlogsgod Mars aan toe. De heersers van het Romeinse Rijk bleken achteraf allemaal van de goden af te stammen! Zelf promoveerden ze na hun dood dan ook onmiddellijk tot god.

Zo kan genealogie worden gebruikt als machtsmiddel. In dat licht is het niet verwonderlijk dat adellijke families (en niet alleen zij!) eeuwenlang zoveel waarde hebben gehecht aan hun afstamming. In hun wapens werden zoveel mogelijk “kwartieren” opgenomen om te getuigen van hun zuivere afstamming van enkel adellijke voorouders. Je hoeft je er maar even in te verdiepen om te zien, dat hier en daar ook nog wel eens met die afstamming werd gesmokkeld. En dat is niet verwonderlijk, want met de juiste voorouders in je stamboom kon je aantonen recht te hebben op bepaalde stukken land, steden, kastelen of andere rijkdommen. Een beetje meer verbeeldingskracht dan de concurrent, en jij mocht legitiem weer iets aan je bezit toevoegen!