7. feb, 2017

Geschiedenis: een parallelle wereld

Liefhebbers van geschiedenis zullen dit wel kennen: het verlangen om zelf eens iets van het verleden te ervaren. Met eigen ogen zien hoe een gotische kathedraal wordt gebouwd. Een wandeling maken door het Amsterdam van de Gouden Eeuw. En een complotdenker zou maar wat graag een kijkje willen nemen in dat pakhuis in Dallas, om te weten of het inderdaad alleen Lee Harvey Oswald was die Kennedy doodschoot.

Het verleden zou je kunnen zien als een parallel universum. Sterker nog: ieder moment uit het verleden. Je opent een deur en je staat in het Londen van 1666 en aanschouwt de paniek rond de Grote Brand. Of je stapt over de drempel en het is 1789, in Parijs, waar de revolutie is uitgebroken. Alles wat ooit gebeurt is, gebeurt nog steeds en zal opnieuw gebeuren. Als zulke parallelle werelden bestaan, zou dat waar kunnen zijn.

De parallelle werelden van de geschiedenis voeren ons naar andere tijden. Een parallelle wereld kan ook een andere plaats zijn. Stap door een deur en je bent vijfduizend lichtjaren verder, of misschien wel in een heel ander heelal. Of in een wereld, die in ons eigen universum helemaal niet bestaat, maar in een parallel universum ligt. Dit gegeven is niet nieuw: veel schrijvers van Fantasy en Science Fiction hebben hier boeiende verhalen over geschreven. Van lang geleden kennen we Alice in Wonderland en Narnia: een konijnenhol of een kast bood toegang tot een andere wereld. Roger Zelazny heeft dit later nog veel verder uitgewerkt in zijn boeken over Amber. Dat zijn nog maar een paar van de voorbeelden die ik zelf ben tegengekomen. Ook de wetenschap houdt zich serieus bezig met het bestaan van parallelle universums.

Al die schrijvers en wetenschappers hebben het niet zelf bedacht – ze waren in elk geval niet de eerste bedenkers. In de hindoeïstische en islamitische cultuur komen ook verhalen uit parallelle werelden voor. En zou je de christelijke hemel en de hel ook niet als parallelle werelden kunnen zien, niet toegankelijk voor de levenden?

Voor het reizen door de geschiedenis bedachten andere schrijvers de tijdmachine. H.G. Wells was één van de eersten en hij had veel navolgers, ook in Nederland: velen van ons hebben in hun jeugd Kruistocht in Spijkerbroek van Thea Beckman gelezen. Al ging de hoofdpersoon van Wells naar de toekomst en die van Beckman naar het verleden.

Een tijdmachine kun je ook zien als een poort naar een parallelle wereld: een directe toegang tot een plaats in een andere tijd, zoals Julian May die beschreef in de boeken van het Veelkleurig Land. Ik blijf het boeiend vinden – en wat zou het verleidelijk zijn als zo’n poort werkelijk bestond! Ja, ook ik hoor bij die mensen die het verleden zo graag eens zelf zouden willen ervaren. Het wandelen door een middeleeuwse stad is, dankzij de moderne computertechnieken, tot op zekere hoogte mogelijk. Maar helemaal echt is het toch niet – je weet dat het nep is, al is het nog zo mooi gedaan. Aan de andere kant: stel, je stapt door zo’n poort en je staat ergens in een stad in het jaar 1200. Het liefst zou je dan onopvallend blijven, maar dat zal vaak niet lukken. Ik met mijn bijna twee meter zou er behoorlijk uitspringen. En wat zou je ruiken? Overal mest en gier (van dieren en mensen) en honderden ongewassen lichamen om je heen. En dan hebben we het nog niet eens over de communicatie! Het kan al moeilijk zijn om iemand uit een andere provincie van je eigen land te verstaan, laat staan mensen die het Nederlands, Frans of Engels uit de middeleeuwen spreken.

Een bezoekje aan het verleden, hoe aanlokkelijk het ook lijkt, brengt een hoop praktische bezwaren met zich mee. De wereld uit de geschiedenis, parallel of niet, is echt een heel andere wereld dan die van ons. Maar toch…