3. mei, 2017

Moord in Assendelft

Het gebeurde in het jaar 1795. In januari waren de Franse troepen bij Zaltbommel de Waal overgetrokken en hadden al snel een groot deel van het land bezet. De vloot gaf zich over, Willem V vluchtte naar Engeland en in februari besloten de Staten-Generaal het stadhouderschap af te schaffen.

Dagloner Bruin Brinkman had daar geen boodschap aan. Zijn werk leverde hem weinig op: 28 jaar oud en hij was nog steeds vrijgezel. Zijn zussen Aaltje en Maartje waren getrouwd met twee broers: Gerrit en Arend Nunnink, die met hun zeilmakerij goed verdienden. Bruin wist tenminste dat Gerrit en Aaltje flink wat spaargeld bewaarden in hun woning in Assendelft. Hij werd steeds jaloerser op zijn zuster en zwager en langzamerhand rijpte een plan in zijn hoofd. Op een dag in maart, in de avondschemering, ging hij gewapend met een bijl op de loer liggen tot zijn zwager naar buiten kwam om te plassen. Hij zwaaide zijn bijl en vermoordde Gerrit met een paar slagen. Hij verborg het lichaam en ging naar het huis. Daar was de buurvrouw nog op de koffie, en Bruin wachtte tot zij vertrokken was. Toen zijn zuster, die aan het koken was, met haar rug naar hem toestond, sloeg hij ook haar dood. Zijn nichtje Maartje lag nog te slapen. Terwijl hij onder haar bedstee naar geld zocht, ontwaakte het meisje. Om niet herkend te worden vermoordde hij haar ook.

Op 24 maart betrad Arend Nunnink het huis van zijn broer, en trof Gerrit, Aaltje en de achtjarige Maartje dood aan. Het moet een gruwelijk gezicht zijn geweest: de slachtoffers waren immers met een bijl om het leven gebracht. Maartjes twee kleine broertjes, Johannes van vijf en de tweejarige Nicolaas, leefden nog. Ze hadden door de slachtpartij heen geslapen. Arend sloeg alarm, maar het daaropvolgende onderzoek leidde niet tot enig resultaat. De dader werd niet gevonden en de zaak leek onopgelost te blijven.

Bijna vijf jaar later, in november 1799 werd aan  de schout gemeld werd dat Bruin Brinkman zich verdacht gedroeg in de buurt van een uitgebrande hooischuur. Een ondervraging volgde en leidde ertoe, dat de schout een  hernieuwd onderzoek instelde naar het bloedbad in Assendelft, ruim vier jaar daarvoor. Na meerdere ondervragingen bekende Bruin Brinkman uiteindelijk: hij had zijn zuster, nichtje en zwager vermoord.

Bruin Brinkman, inmiddels 32 jaar oud, werd schuldig bevonden aan moord en veroordeeld tot geseling, radbraken en het afhakken van het hoofd met een bijl, gevolgd door tentoonstelling van het hoofd, gestoken op een pen, en van het lichaam. Een in onze ogen middeleeuwse straf op de drempel van de 19e eeuw, in de zich als een moderne staat beschouwende Bataafse Republiek, waar de galgenvelden, raderen en geselpalen vijf jaar eerder formeel waren afgeschaft als “overblijfsels der oude Barbaarsheid”. De executie werd uitgevoerd op 1 februari 1800 in Beverwijk, waar de rechtbank gevestigd was.

De twee kleine jongens, Johannes en Nicolaas, werden allebei zeildoekwever. Dat zou er op kunnen wijzen, dat ze opgenomen werden in het gezin van hun oom Arend en tante Maartje. Waren ze door de gebeurtenissen in hun prille jeugd getraumatiseerd? Niemand die het weet. Johannes trouwde in 1818 met Jannetje van IJperen. Hij werd vader van drie kinderen en werd 83 jaar oud. Dacht hij in zijn ouderdom nog wel eens aan zijn zusje en zijn ouders? Nicolaas trouwde in 1822 met Antje Stam en werd al snel weduwnaar, zoals zo vaak gebeurde in die dagen. Hij hertrouwde in 1824 met Margaretha Betjes en stierf vervolgens zelf in 1826, 33 jaar oud.

Dit verhaal is al in verschillende varianten eerder gepubliceerd. Ik kwam het tegen tijdens mijn stamboomonderzoek: Arend Nunnink (of Nunning), de broer van de vermoorde Gerrit, was de bet-bet-en nog iets-overgrootvader van Annelies. Het is geen vrolijk verhaal. Maar ook die moeten verteld worden. Hebzucht en geweld zijn van alle tijden. Ook in de “goede, oude tijd” was niet alles rozengeur en maneschijn.

Foto: beulszwaard of -bijl, Museum Kennemerland.