Blog MensenHuizenBuurten

25. sep, 2014

Kort geleden schreef ik een stukje over de opening van onze buurtbieb. Hij staat er nog steeds, en wordt nog gebruikt ook! Laatst stond het deurtje open, vier kindertjes zaten op de bank ernaast en één van hen zat vol aandacht een boek te lezen.
Maar een buurtbieb gaat nog niet iedereen ver genoeg! Tijdens het buurtfeest werd ik door een buurtbewoner attent gemaakt op het verschijnsel “buurtcamping”. Ik had er nog nooit van gehoord, maar de volgende dag stuurde hij me een link: www.debuurtcamping.nl.
Uit de tekst (en het leuke filmpje!) maak ik op dat het een Amsterdams fenomeen is. Buurtcampings werden georganiseerd in het Ooster-, Noorder- en Rembrandtpark, mede mogelijk gemaakt door de stadsdelen en andere organisaties, en natuurlijk heel veel vrijwilligers.
Op ons eigen buurtfeest bleef het laatste handjevol bezoekers zitten tot een uur of half 2 (toen al het hout voor het kampvuur op was), maar de buurtcamping gaat het drie dagen lang door. Er staan tientallen tenten, waarin de nacht wordt doorgebracht. Maar ook dan is het nog niet afgelopen! Er wordt gesport, gedanst, gegeten en gedronken. Ik zag hot tubs, schaaktafels en vooral de kinderen werden niet vergeten.
De buurtbewoners bouwen samen de camping op, organiseren samen de activiteiten en vieren zo samen een korte vakantie, waarin ze elkaar beter leren kennen.
Op het filmpje ziet het er uit als één groot feest!

Voor onze eigen buurt lijkt het me wel een wat grootschalig fenomeen, hoewel…..er staan wel eens mensen hun tent op te zetten op of naast het trapveldje. Even testen vóór vertrek (of even laten drogen, zoals wij ook wel eens hebben gedaan na een natte vakantie). Zo’n heel veld vol tentjes? Misschien toch wel leuk?
Ach, hoe je het ook wendt of keert, en of je het nu via een buurtbarbecue, buurtbieb of buurtcamping doet: het is een goede zaak om te weten wie je buren en buurtgenoten zijn, regelmatig contact met ze te hebben en te weten wat er allemaal speelt in je directe omgeving. Misschien kun je eens ergens een handje helpen (niet zo onlogisch in deze tijd van bezuinigingen in de zorg!). Iedereen wordt daar toch een beetje beter van?

Daarom eindig ik met een welgemeend: leve de buurt!

9. sep, 2014

Eind vorig jaar hield ik op deze plek onder de titel “investeren in de wijken” een pleidooi voor buurtbarbecues en buurtfeesten. Nu ga ik het hebben over een ander, maar toch enigszins vergelijkbaar fenomeen.

Ons buurtfeest na afloop van de zomervakantie bestaat nog steeds. Het afgelopen weekend was het weer zo ver. Vanaf vier uur konden de kinderen knutselen, vanaf een uur of vijf werden de eerste hapjes en drankjes neergezet en laat in de avond was het heel gezellig rond de vuurkorven.
We leerden weer wat nieuwkomers kennen en werden helemaal bijgepraat over het wel en wee van de buurt.

Eén element was dit jaar nieuw: de opening van de buurtbieb. Iedereen vroeg zich al af, wat er onder die geheimzinnige deken zat. Dat kwamen ze in de loop van de avond te weten. Buurtbewoner Kenneth had een prachtig kastje in elkaar gezet, dat op deze dag officieel werd onthuld. En meteen ingewijd, doordat verschillende mensen al een boek hadden meegebracht.

De bedoeling is, dat je een boek mag meenemen onder de voorwaarde dat je een ander boek in het kastje zet. En dan niet een oud boek van zolder, nee: een boek waarvan je denkt, dat het voor een ander ook leuk is om te lezen.
Het idee is niet helemaal nieuw meer, verschillende kranten hebben er al over geschreven. Ook in het buitenland is het verschijnsel buurtbieb bekend. Lees er meer over op www.minibieb.nl of www.littlefreelibrary.org.

Ons buurtnetwerk is met de komst van de buurtbieb weer een stukje hechter geworden. Een leuk idee voor andere buurten? Misschien vindt minister Blok het zelfs wel goed als de lokale corporatie een dergelijk initiatief faciliteert. Het hoeft niet veel te kosten!
Leve de buurtbieb!
En leve alle andere acties en initiatieven die onze buurten en wijken leefbaarder maken!

8. apr, 2014

Met lede ogen zie ik dat steeds meer mensen, in het toch al zo verstedelijkte Nederland, hun eigen stukje kostbare groen (hun tuin) dichtplempen met tegels. Waarom is dat? Is een tuin alleen nog maar goed om in de zomer te barbecueën? Het is zo leuk om te genieten van groen, bloemen, vogels en vlinders in de directe omgeving van je huis. Een groene tuin is goed voor de natuurlijke afwatering. Ach, zo kan ik nog wel meer argumenten opnoemen. Zien de mensen op tegen het onderhoud? Weten ze gewoonweg niet, wat ze met hun lapje grond moeten doen?
In dat laatste geval is het goed dat er veel aandacht gegeven wordt aan de Nationale Tuinontwerpdag op vrijdag 11 april 2014.
Ik zag dat in Haarlem het ABC Architectuurcentrum betrokken is bij deze dag. De tuin- en landschapsarchitecten Michiel Veldkamp (DLG) en Frits van Loon (TU Delft) geven dan in het ABC gratis adviezen op maat over hoe een tuin (beter) kan worden ingericht. Zie http://www.architectuurhaarlem.nl/node/1056.

De deelname aan deze dag is één van de leuke initiatieven van het ABC Architectuurcentrum, waarmee ik kennis maakte gedurende de 3 jaar, dat ik in Haarlem werkte. Mijn werkgever was (en is) sponsor van het ABC en werkte regelmatig mee aan exposities en andere activiteiten. In dat kader ben ik een paar keer bij ze binnen geweest, in het pand aan het Groot Heiligland 47, schuin tegenover het Frans Hals Museum (combineer het eens!). Ik heb er verschillende exposities bekeken, meegewerkt aan een workshop over duurzaam renoveren en een discussieavond van de gemeente bijgewoond over wonen.  Ook organiseren ze (onder meer) architectuurworkshops voor kinderen.
Het ABC heeft zo een nuttige functie als podium voor architectuur en alles daaromheen.
Jammer dat zo’n podium niet in iedere gemeente beschikbaar is! Ik ken verder alleen nog het Podium voor Architectuur Haarlemmermeer en Schiphol, maar dat is het dan wel. Delft, mijn eigen woonplaats met eigen architectuuropleiding (op de Faculteit Bouwkunde van de TU) heeft niet iets vergelijkbaars te bieden, als is er wel een architectuurgids voor Delft (www.architectuurgidsdelft.nl). Hebben gemeente en TU hier een kans laten liggen?

In Amsterdam heb je natuurlijk ARCAM en in Rotterdam het NAI (hoewel natuurlijk niet specifiek Rotterdams) en de Rotterdam Architectuurprijs. Maar dat zijn natuurlijk grote steden en het is toch ook niet helemaal wat ik bedoel. Een laagdrempelig instituut, aanwezig in elke gemeente, ondersteund door gemeente, corporaties en anderen kan een geweldig nuttige toevoeging zijn en een functie vervullen als informatie- en educatiecentrum. Zie het ABC! Vergis ik me, en bestaan er meer van die centra in Nederland? Of is het een gat in de markt? Ik hoor het graag.

20. mrt, 2014

Onlangs kreeg ik (enigszins na dato) de laatste nieuwsbrief Chassébuurt, van juni 2013, onder ogen. In gedachten ging ik terug naar de eerste keer, het moet begin 1995 geweest zijn, dat ik door deze buurt liep. Dat was geen vrolijk stemmende wandeling. Winkels stonden leeg, veel panden waren slecht onderhouden en de renovaties uit de jaren ’70 en ’80 hadden het er niet vrolijker op gemaakt. Het ging niet goed met de Amsterdamse Chassébuurt, dat was wel duidelijk.

Een paar jaar later werd ik betrokken bij de aanpak van de buurt. De corporatie, waar ik werkte, had daar veel bezit en had met het stadsdeel (toen nog De Baarsjes) de handen ineengeslagen. De negatieve spiraal, waarin de Chassébuurt zich bevond, moest gekeerd worden.

Gesteund door een bestuurlijk goedgekeurde buurtvisie, die ook gedragen werd door het stadsdeel, werden de lopende projecten voortgezet en nieuwe acties ontwikkeld. Naast de inmiddels opgeleverde woningen aan het Kortenaerplein werden nog twee sloop-/nieuwbouwprojecten ontwikkeld. Een aantal complexen werd aangewezen voor verkoop, om een meer gedifferentieerde bevolkingssamenstelling te krijgen.  In een complex aan de Witte de Withstraat werd de oorspronkelijke architectuur hersteld en zo de uitstraling verbeterd. Buurtsteunpunten werden opgezet. Bedrijven werden gestimuleerd om zich in de buurt te vestigen. Een speerpunt was kunst: zichtbaar gemaakt in voorheen lege etalages en vervolgens in werkruimte voor kunstenaars. Een ander speerpunt was de metamorfose van de voormalige Edelsmedenschool in het Sieraad.

Begin 2009 vertrok ik naar een andere werkplek en na die tijd ben ik er nauwelijks meer geweest. De laatste keer, dat ik de buurt bezocht, was in 2010. Na een bezoek aan een nieuwbouwproject elders mocht ik een aantal collega’s door de Chassébuurt leiden. Er was toen al veel veranderd! De buurt zag er mooier uit. Het Facet was klaar, de Wending bijna en lege etalages heb ik niet gezien. Het ateliercomplex Meneer de Wit concurreert met het Sieraad aan de overkant van de Postjesweg.

In de nieuwsbrief lees ik onder meer dat de buurt nu 230 creatieve ondernemingen heeft, waaronder 56 beeldend kunstenaars en schrijvers. In 55 van de 60 bedrijfspanden die in 2009 nog leegstonden zit nu een creatief of ambachtelijk bedrijf. De nieuwbouw van De Wending en op het Piri Reisplein omvat 20 bedrijfsruimten, waarvan er 5 een creatief of ambachtelijk bedrijf huisvesten. Het appartementencomplex Piri Reis is in 2012 opgeleverd.  In de oude school aan het einde van de Jacob van Wassenaar Obdamstraat zijn woonappartementen gemaakt. En dat zijn dan nog maar een paar puntjes uit dit enthousiaste overzicht.

Ik vind het geweldig inspirerend om te zien dat zo’n omvangrijk en langjarig project, waarvoor zoveel mensen zich hebben ingezet en waar zoveel mensen in geloofden, geslaagd is. De inspanningen van collega’s, ambtenaren en vele anderen, gedurende zo’n lange tijd, waren niet voor niets! Een buurt, waarover iedereen zich 15 jaar geleden grote zorgen maakte, is een levendige, gevarieerde en vitale buurt geworden.
Zoiets helpt om het toch te blijven proberen. 

21. feb, 2014

De woningcorporaties maken nogal wat mee. Crisis, verhuurdersheffing, investeringsstop, fraude, bestuurderssalarissen en niet te vergeten een discutabel regeringsbeleid – het zijn maar een paar van de onderwerpen die regelmatig in de media voorbijkomen. Voor de corporaties zijn die op zijn minst lastig dan wel imagobeschadigend. Op zijn ergst lijken zij hun voortbestaan te bedreigen.

Als corporaties zich zover gaan beperken als sommige politici eisen, dan worden ze niet meer dan een soort verhuurkantoor. Wat dat betreft laat Blok met zijn novelle gelukkig nog wel een klein beetje zien dat hij een liberaal is. Aan de andere kant: ook hij heeft de neiging om een aantal zaken te willen overreguleren. “Regel nu alsjeblieft niet alles dicht” zegt Aedes terecht.

Wellicht kunnen de corporaties nog zorgen dat de voorgenomen maatregelen van Blok op een aantal punten nog wat bijgestuurd kunnen worden. Van hen kan bijvoorbeeld niet verwacht worden dat zij investeren in omvangrijke renovaties, terwijl niemand (corporaties, gemeenten of andere partijen) de leefbaarheid in de buurt aanpakt. Dat is goed geld naar kwaad geld gooien.
Aan de andere kant is het ook belangrijk, dat zij zich bezinnen op datgene wat (los van de crisis) geleid heeft tot de huidige situatie.
Overal wordt opgeroepen tot een dergelijke bezinning. In het Dossier: Toekomst Woningcorporaties vraagt Aedes zich af hoe die toekomst eruit ziet, wat hun takenpakket moet zijn, hoe ze zich het best kunnen organiseren en financieren. Zij stellen zich daarbij ook de vraag: krijgen corporaties legitimatie voor hun werk van de samenleving en de politiek? Met andere woorden: is er nog maatschappelijk draagvlak voor de corporatie? Vermindering van dat maatschappelijk draagvlak ligt naar mijn inzicht voor een belangrijk deel ten grondslag aan de huidige problematiek.

Als ik denk aan maatschappelijk draagvlak voor de corporaties, dan denk ik in eerste instantie aan de primaire doelgroep – de huurder met het lage inkomen. Er is nog steeds een grote groep Nederlanders (en misschien is die groep wel groeiende!) die slechts een zeer lage huur kunnen betalen.
Ook zijn er zijn nog steeds mensen op zoek naar een passende woning. En een grote groep kan noch kopen, noch de hoge huur van een woning in de vrije sector betalen.
Moeten  we de verantwoordelijkheid bij de gemeente leggen? Veel gemeenten hebben voor dit soort zaken (en andere) juist altijd een beroep gedaan op de corporaties.

Maar ook andere, meer concrete vragen kunnen zij zichzelf stellen. Wat hebben we de laatste jaren gedaan, en wat daarvan is voor herhaling vatbaar? Wat hebben we gebouwd? Waarom die torenflat met alleen driekamerflats, waarvoor de huurder (door de dure bouwwijze) toch de hoofdprijs betaalt? Waarom wéér een ontwerp met te weinig (luister eens beter naar je eigen verhuurmakelaars!) bergruimte? Waarom bouwen drie corporaties in één wijk drie bijna dezelfde woningcomplexen? Nu we toch weinig bouwen, is er tijd genoeg voor een diepgaande evaluatie – gebruik die tijd!

De manier waarop de corporaties met deze verantwoordelijkheden omgaan, bepaalt mede het maatschappelijk draagvlak waaraan zij hun bestaansrecht ontlenen. Zij moeten zich dus bezinnen op de concrete invulling van hun taken.
Bezinning is nooit verkeerd. Maak van de nood een deugd! De corporaties kunnen deze periode aangrijpen om een radicale kwaliteitsslag te maken.