28. nov, 2013

Investeren in de wijken

“Corporaties tonen effect van investeren in leefbaarheid” lees ik op www.binnenlandsbestuur.nl. Na de introductie van de Vogelaar- en/of krachtwijken kwam de kritiek al snel los. Investeren in de wijken had geen zin, leefbaarheidsmaatregelen waren onzin. Cynisch werd de “buurtbarbecue” gebruikt om de minister (maar daarmee ook gemeenten, corporaties en andere betrokkenen) belachelijk te maken. Door de media werd dit natuurlijk meteen opgepikt.

Volgens de corporaties heeft investeren in leefbare wijken wel degelijk een positief effect op wijken.
Als voorbeeld wordt genoemd het opknappen van oude woningen waardoor ondernemers zich weer willen vestigen in een wijk. Dat ligt (denk ik) iets genuanceerder: alleen met opknappen ben je er niet. Wat er gebeurt, is dat winkeliers en andere ondernemers wegtrekken uit wijken en buurten waar alleen mensen met lage inkomens wonen. Aan de bewoners valt weinig te verdienen, en met de uitstraling van de buurt verdwijnt ook de uitstraling van de winkel. De bekende negatieve spiraal. Die is echter ook om te draaien, zoals we in verschillende buurten al hebben kunnen zien. Door middel van renovaties woningen naar de duurdere huur- en de koopsector verschuiven zorgt voor meer koopkracht en mooiere straatwanden. Gerichte en zorgvuldige sloop-/nieuwbouwingrepen kunnen daar nog een schepje bovenop doen. De corporaties kunnen laten zien dat het werkt.

Opknappen, renoveren, sloop, nieuwbouw: dat is alleen investeren in stenen. Indirect kan dat invloed op de leefbaarheid hebben. Maar die buurtbarbecue? En andere, niet op het vastgoed gerichte leefbaarheidsprojecten?
In het eerdergenoemde artikel wordt gemeld dat Ymere gestopt is met het subsidiëren van judolessen in een wijk. Het effect was niet heel groot en droeg in onvoldoende mate bij aan de doelstelling. Ik kan me daar iets bij voorstellen. De maatregel is niet erg “zichtbaar” en de doelgroep is wellicht te klein. Geldt dat voor al dit soort projecten?
De sociale cohesie is in sommige wijken en buurten uitermate gering. Allochtoon en autochtoon staan soms tegenover elkaar, en leven op zijn best langs elkaar heen. Ouderen vereenzamen en kennen niemand meer in de buurt. En na het “investeren in stenen” worden de nieuwe bewoners lang niet altijd met open armen ontvangen door de oorspronkelijke bevolking. Sociale cohesie is onderdeel van leefbaarheid. De mensen, die bij jou in de straat of de buurt wonen, kennen en groeten. Een praatje maken. Samen iets leuks ondernemen, waarbij je weer andere bewoners betrekt. Ook de winkelier kan daar een rol in spelen. Dat is leefbaarheid – althans een belangrijk bestanddeel ervan

Ik woon zelf in een buurt met koopwoningen, waar de afgelopen jaren veel jonge gezinnen zijn komen wonen. Een groep bewoners organiseert al jaren een buurtfeest na afloop van de zomervakantie. Er wordt iets voor de kinderen georganiseerd, iedereen neemt hapjes en drankjes mee en tot laat in de avond is het heel gezellig. Je leert de nieuwe buren kennen en andersom. Er ontstaat een buurtnetwerk, dat ook de rest van het jaar functioneert.
In sommige wijken en buurten ontbreekt zo’n netwerk. Er worden vanuit de bewoners wel eens initiatieven ondernomen, maar die lopen vaak op niets uit. Wat is er op tegen dat corporaties dit soort initiatieven faciliteren? Wij weten dat het zich vaak dubbel en dwars terugbetaalt.
Leve de buurtbarbecue!