21. feb, 2014

Bezinning

De woningcorporaties maken nogal wat mee. Crisis, verhuurdersheffing, investeringsstop, fraude, bestuurderssalarissen en niet te vergeten een discutabel regeringsbeleid – het zijn maar een paar van de onderwerpen die regelmatig in de media voorbijkomen. Voor de corporaties zijn die op zijn minst lastig dan wel imagobeschadigend. Op zijn ergst lijken zij hun voortbestaan te bedreigen.

Als corporaties zich zover gaan beperken als sommige politici eisen, dan worden ze niet meer dan een soort verhuurkantoor. Wat dat betreft laat Blok met zijn novelle gelukkig nog wel een klein beetje zien dat hij een liberaal is. Aan de andere kant: ook hij heeft de neiging om een aantal zaken te willen overreguleren. “Regel nu alsjeblieft niet alles dicht” zegt Aedes terecht.

Wellicht kunnen de corporaties nog zorgen dat de voorgenomen maatregelen van Blok op een aantal punten nog wat bijgestuurd kunnen worden. Van hen kan bijvoorbeeld niet verwacht worden dat zij investeren in omvangrijke renovaties, terwijl niemand (corporaties, gemeenten of andere partijen) de leefbaarheid in de buurt aanpakt. Dat is goed geld naar kwaad geld gooien.
Aan de andere kant is het ook belangrijk, dat zij zich bezinnen op datgene wat (los van de crisis) geleid heeft tot de huidige situatie.
Overal wordt opgeroepen tot een dergelijke bezinning. In het Dossier: Toekomst Woningcorporaties vraagt Aedes zich af hoe die toekomst eruit ziet, wat hun takenpakket moet zijn, hoe ze zich het best kunnen organiseren en financieren. Zij stellen zich daarbij ook de vraag: krijgen corporaties legitimatie voor hun werk van de samenleving en de politiek? Met andere woorden: is er nog maatschappelijk draagvlak voor de corporatie? Vermindering van dat maatschappelijk draagvlak ligt naar mijn inzicht voor een belangrijk deel ten grondslag aan de huidige problematiek.

Als ik denk aan maatschappelijk draagvlak voor de corporaties, dan denk ik in eerste instantie aan de primaire doelgroep – de huurder met het lage inkomen. Er is nog steeds een grote groep Nederlanders (en misschien is die groep wel groeiende!) die slechts een zeer lage huur kunnen betalen.
Ook zijn er zijn nog steeds mensen op zoek naar een passende woning. En een grote groep kan noch kopen, noch de hoge huur van een woning in de vrije sector betalen.
Moeten  we de verantwoordelijkheid bij de gemeente leggen? Veel gemeenten hebben voor dit soort zaken (en andere) juist altijd een beroep gedaan op de corporaties.

Maar ook andere, meer concrete vragen kunnen zij zichzelf stellen. Wat hebben we de laatste jaren gedaan, en wat daarvan is voor herhaling vatbaar? Wat hebben we gebouwd? Waarom die torenflat met alleen driekamerflats, waarvoor de huurder (door de dure bouwwijze) toch de hoofdprijs betaalt? Waarom wéér een ontwerp met te weinig (luister eens beter naar je eigen verhuurmakelaars!) bergruimte? Waarom bouwen drie corporaties in één wijk drie bijna dezelfde woningcomplexen? Nu we toch weinig bouwen, is er tijd genoeg voor een diepgaande evaluatie – gebruik die tijd!

De manier waarop de corporaties met deze verantwoordelijkheden omgaan, bepaalt mede het maatschappelijk draagvlak waaraan zij hun bestaansrecht ontlenen. Zij moeten zich dus bezinnen op de concrete invulling van hun taken.
Bezinning is nooit verkeerd. Maak van de nood een deugd! De corporaties kunnen deze periode aangrijpen om een radicale kwaliteitsslag te maken.